Genie.jpg10de Bataljon Genie (10Gn)

Overzicht op 10 mei 1940

Type
Geniebataljon

Ontdubbeld van
4de Regiment Genie

Onderdeel van
8ste Infanteriedivisie

Bevelhebber
Majoor E. Verbeemen

Adjunct
Luitenant SBH Fernand Gonze

Standplaats
Versterkte positie Namen
Commandopost in Kwartier Majoor Deltenre te Namen.

Samenstelling
1ste Compagnie (Kapitein-commandant Léon Van Heesbeke)
1ste Peloton (Lt Fontaine)
2de Peloton (OLt F. Gathy)
3de Peloton (OLt Staffe)

2de Compagnie (Kapitein Hubert Kurz)
1ste Peloton (Lt Paul Scieur)
2de Peloton (OLt Meunier)
3de Peloton (OLt Geyseler)

Peloton Park (Onderluitenant Deroux)

Speciaal Vernielingsdetachement Saint-Hubert (Luitenant Josse)

18-Daagse Veldtocht

Datum
Belangrijkste Gebeurtenissen

4Gn_Kazerne_Majoor Deltenre_Namen.jpg
Kwartier Deltenre te Namen waar het 4Regt Genie zich bevond tot aan zijn ontbinding op 11Sep39
Staf/10Gn
Het 10Gn werd op 11 september 1939 opgericht bij Fase D van het mobilisatieplan door de ontdubbeling van het 4de Regiment Genie in de Kazerne Majoor Deltenre aan de Luxemburglaan te Namen. Het 4de Regiment Genie verdween op die datum van de slagorde en werd gebruikt voor het oprichten van negen nieuwe onafhankelijke bataljons.

Het 10de Bataljon Genie (10Gn) levert geniesteun aan de 8ste Infanteriedivisie (8Div) binnen de Versterkte Positie Namen. Aan de vooravond van de oorlog bevindt de commandopost van het bataljon zich in het Kwartier Majoor Deltenre te Namen.
10mei.jpg
Staf/10Gn
Wanneer tijdens de nacht van 9 op 10 mei het alarm binnenkomt is Kapitein-commandant Van Heesbeke, als oudste compagniecommandant, bevelhebber a.i. van het bataljon. Majoor Verbeemen bevindt zich nog te Brussel waar hij zijn taken aan de Koninklijke Militaire School verder zette. De majoor verlaat de hoofdstad omstreeks 07u00 en vervoegt de commandopost van zijn bataljon in Namen.

Tijdens de ochtend vertrekt het bataljon naar zijn oorlogskantonnementen:
  • In het Kwartier Majoor Deltenre blijft een telefoonpermanentie tot de ochtend van 11 mei.
  • De bataljonsstaf wordt ondergebracht in het Augustijnenklooster te Bouge.
  • De 1Cie wordt ingekwartierd te Boninne aan de Route de Hannut nr 7.
  • De 2Cie krijgt een nieuw kantonnement in de Sint-Margrietkerk te Bouge.
  • Het Peloton Park brengt zijn vrachtwagens en materieel over naar de Ateliers H.M.S. aan het station van Saint-Servais.

1Cie/10Gn
De 1Cie levert op dat ogenblik de technische wachten bij drie vernielingsgroepen ten zuidoosten van de Versterkte Positie Namen. Deze reeks van 38 voorbereide vernielingen moet een eventuele aanval uit de richting van Luxemburg op de sector Meuse-Meuse van de VPN helpen stuiten. Van west naar oost omvatten deze vernielingen de:
  • Vernielingsgroep Cru rondom Crupet: vernielingen 1 tot en met 7bis, onder leiding van Luitenant Fontaine en bewaakt door personeel van het 1ste Peloton. Luitenant Fontaine heeft zijn commandopost te in de hoeve Housiaux te Strud ten westen van Haltinne.
  • Vernielingsgroep So rondom Sorinne-la-Longue: vernielingen 8 tot en met 17, onder leiding van Onderluitenant Gathy en bewaakt door personeel van het 2de Peloton. Onderluitenant Gathy beveelt deze groepering van uit de patisserie Pierson te Eloy.
  • Vernielingsgroep Ge rondom Gesves: vernielingen 18 tot en met 27, onder leiding van Onderluitenant Staffe en bewaakt door personeel van het 3de Peloton. De officier heeft zijn commandopost in het Café du Vieux Château te Crupet.

Elk wachtdetachement omvat een sergeant of korporaal en vier manschappen. Deze voorposten worden beveiligd door het Eskadron Wielrijders van de 8ste Infanteriedivisie en gedekt door 1ste Compagnie van het 4de Regiment Ardeense Jagers.

2Cie/10Gn
Het gros van de 2Cie gaat tijdens de ochtend opnieuw aan de slag net ten noorden van de Pont de Luxembourg spoorwegbrug waar een militaire brug in aanbouw is. De constructie van deze brug volgt het Système Major Falon en is gesteund op metalen peilers. De werkzaamheden zijn dan al enkele wegen aan de gang. In afwachting van de voltooiing wordt op vijf locaties doorheen de stad een overzetdienst met pontons verzekerd. De compagnie zal dit kunstwerk voltooien rond 03u35 tijdens de nacht van 12 op 13 mei.

Speciaal Vernielingsdetachement St-Hubert
Luitenant Georges Josse van de bataljonsstaf bevindt zich tijdens de nacht van 9 op 10 mei met een detachement van de 2Cie op het militaire vliegveld te Saint-Hubert en is aangehecht bij de Groepering Keyaerts. Josse is tijdens de vroege ochtend van 10 mei verantwoordelijk voor het aanzetten van de springladingen die het terrein onklaar zullen maken. Het detachement vervoegt vervolgens het bataljon en zal toegevoegd worden aan de bouwwerf van de 2Cie.
11mei.jpg
Staf/10Gn
De staf van de 8ste Infanteriedivisie laat weten dat de Franse cavalerie die de Maas is overgestoken om de Ardennen te gaan bezetten zich alweer zal terugtrekken. Deze beweging zal geen wijzigingen aan het vernielingsplan in de sector Meuse-Meuse genootzaken. De Franse bevelhebbers krijgen wel de uitdrukkelijke autoriteit om na doortocht van hun troepen de vernielingen te laten uitvoeren. Desondanks worden de postcommandanten van de technische wachten er aan herinnerd dat er ook nog Belgische troepen kunnen opdagen en het bijgevolg raadzaam is om de komst van de vijand af te wachten vooraleer de springladingen aan te zetten.

1Cie/10Gn
Om 17u00 worden de verdedigingsdetachementen van het Eskadron Wielrijders van de 8ste Infanteriedivisie weggehaald bij de 38 voorbereide vernielingen van de groepen Cru, So en Ge. De technische wachten van de genie blijven alleen achter.
12mei.jpg
1Cie/10Gn
Rondom 08u00 melden Luitenant Fontaine en de Onderluitenanten Gathy en Staffe dat zij de eerste bevelen ontvangen hebben van de geniestaf van het VIIde Legerkorps om te starten met de uitvoering van hun vernielingen. De meeste vernielingen van de groepen Cru, So en Ge worden aangezet tussen 11u00 en 15u00 op aangeven van Luitenant Collin, genieofficier op de korpsstaf. De groep Cru wordt hierbij als laatste gerealiseerd om de bewegingen van de Franse dekkingstroepen niet al te veel te hinderen. Het uitvoeren van de vernielingen zal echter een nutteloze zaak blijken. De Duitse pantsertroepen die doorheen de Ardennen oprukken hebben als objectief om de Maas over te steken tussen Namen en Dinant. De Versterkte Positie Namen zal op geen enkel ogenblik uit het zuidoosten bedreigd worden.

Toch zullen verschillende ploegen van de 1Cie bij het aanzetten van de vernielingen van de groep Cru onder vijandelijk vuur vallen. Eén militair van de compagnie wordt afwezig gemeld naar de terugtocht en is vermoedelijk verdwaald.

2Cie/10Gn
De stad Namen is inmiddels ten prooi gevallen aan de Duitse luchtmacht. Diverse luchtaanvallen resulteren in heel wat bomschade. De telefooncentrale van de stad wordt geraakt in de loop van de vooravond en er ontstaat een brand die zo snel mogelijk onder controle moet gebracht worden om de communicatiecapaciteit van de VPN te vrijwaren. Om 21u00 wordt de 2Cie opgetrommeld om de brandweer bij te staan. De reddingswerkzaamheden zullen de hele nacht duren. Om een betere toegang tot de brandhaard te bekomen, gebruikt de compagnie explosieven om aanpalende gebouwen neer te brengen.
13mei.jpg
Staf/10Gn
Het bataljon wordt tijdelijk tewerkgesteld ten dienste van het VIIde Legerkorps (VII/CA). De staf van het VII/CA vreest nog steeds een luchtlanding op zijn hoofdkwartier opgesteld in de Citadel van Namen en vraagt om 16u00 aan het bataljon om in de onderaardse galerijen twee obstakels aan te leggen. Bij gebrek aan beter, wordt de constructie uitgevoerd met zakken cement die nat gemaakt worden. Drie kwartier later loopt op de bataljonsstaf een nieuwe aanvraag van het VIII/CA binnen. De vijandelijke luchtmacht heeft ook de belangrijke verkeersaders naar het noorden in zijn vizier en op de wegen naar Leuven en Hannuit zijn verschillende bomkraters geslagen die zo snel mogelijk gedempt moeten worden. Omstreeks 18u00 wordt ook een ploeg uitgestuurd naar de Rue de Dave om een niet ontplofte vliegtuigbom te ontmijnen. Tenslotte wordt in de late avond nog een vernielingsploeg uitgestuurd naar het Chateau-Fort Sainte-Marie in de vallei van de Samson ten oosten van Namen om er de toren te gaan vernielen. Het VII/CA wil vermijden dat dit bouwwerk door de Duitsers als observatiepost kan gebruikt worden. De watertoren te Houssaye moet er om de zelfde reden ook aan geloven.

2Cie/10Gn
De militaire brug ten noorden van de Pont de Luxembourg wordt geopend door de 2Cie rond 03u35 tijdens de nacht van 12 op 13 mei.

Pl Park/10Gn
De luchtaanvallen op Namen blijven aanhouden. De Luftwaffe gebruikt in hoofdzaak Stuka duikbommenwerpers die zonder tegenstand van de Belgische luchtafweer precisieaanvallen uitvoeren op diverse locaties doorheen de stad. Het aantal brandhaarden blijft toenemen en de brandweer en passieve luchtverdediging hebben de grootse moeite om de zaak onder controle te krijgen. Het Peloton Park verlaat de stad om aan het gevaar te ontsnappen en brengt zijn vrachtwagens en materieel over naar het Bois de la Flache nabij de steenweg naar Nijvel.
14mei.jpg
Staf/10Gn
Rond 08u00 wordt het 10Gn ontlast van zijn opdrachten ten behoeve van het korps en opnieuw integraal ter beschikking gesteld van de 8Div. Het bataljon dient zich te concentreren op het openhouden van de vitale terugtochtsweg uit Marche-en-Famenne en de verdere voorbereiding van wegvernielingen in de sector Meuse-Meuse, het onderhoud van de bruggen te Namen en de exploitatie van de veerponten, en het leveren van bijkomende brandbestrijdingscapaciteit in de stad. Na overleg op de divisiestaf wordt besloten het bataljon te laten kantonneren in La Plante en de nog beschikbare geniepelotons toe te wijzen aan het 13de Linieregiment en het 21ste Linieregiment.

Omstreeks 16u00 bevestigt de staf van het VIIde Legerkorps dat het Franse leger niet in staat is om de vijand terug te slaan die tussen Namen en Dinant de Maas is overgestoken. De 8ste Infanteriedivisie verneemt dat de evacuatie van de VPN een noodzaak wordt indien de Fransen het tij niet kunnen keren. Voorlopig wacht het legerkorps de verdere ontwikkeling van de gevechten af.

Pl Park/10Gn
Het Peloton Park bevindt zich te Salzinnes maar ook deze standplaats wordt ontdekt door de Duitse luchtmacht. Na enkele luchtaanvallen wijkt het peloton om 17u00 uit naar Floreffe.

Detachement Luitenant Josse
Luitenant Josse wordt in de eerste helft van de nacht uitgestuurd met een ploeg naar het zuidwesten van Namen om een bijkomende reeks vernielingen aan het wegennet uit te voeren. Te Loyers, Lives-sur-Meuse en Erpent worden op negen verschillende locaties het wegdek ondermijnd. Josses manschappen leveren de technische wachten bij de springinrichtingen. Eveneens tijdens de nacht van 14 op 15 mei wordt het 1ste Peloton van Luitenant Fontaine belast met het aanleggen van springladingen voor geïmproviseerde wegvernielingen te Wiede, Naninne en ook op de baan van Luik naar Jambes. Luitenant Fontaine zal de sprininrichtingen overdragen aan Luitenant Josse en daarop terugkeren naar het bataljon.
15mei.jpg
Vanaf 01u00 wordt duidelijk dat de forten rond de VPN onder artillerievuur liggen. Met grote regelmaat worden in de stad inslagen van artilleriegranaten van groot kaliber gehoord.

Om 08u00 loopt de bevestiging binnen dat de ontruiming van de VPN gestart is. In eerste instantie worden de twee veerponten ten noorden van de Pont de Luxembourg opgeblazen. Het 10Gn krijgt Charleroi opgelegd als eindbestemming van de terugtocht en start met de voorbereidingen voor de verplaatsing. Het uitvoeringsbevel volgt om 11u00. Op het middaguur aanschouwt Majoor Verbeemen de doortocht van zijn bataljon over de Pont de France. Onder een loodzware lentezon trekt het bataljon de stad uit. Op een viertal Km ten westen van Namen wordt een pauze van 15 minuten ingelast om de manschappen de kans te geven hun persoonlijke uitrusting aan te passen. Een half uur later bij de passage te Floreffe deelt de divisiestaf mee dat de achterhoede van Luitenant Josse kan starten met de laatste vernielingen op de oostelijke oever van de Maas. Tevens dienen de kantonnementen te La Plante vernield te worden. Tenslotte moet Majoor Verbeemen zich naar de staf van het 5(FRA)Corps te Wanfercée-Baulet begeven om het vernielingsdossier voor Fosses-la-Ville en de terugtochtswegen ten zuiden van de Samber af te leveren. Bij zijn terugtocht naar het bataljon moet de majoor te Auvelais verdere orders van een stafofficier van de divisie in ontvangst nemen.

Majoor Verbeemen komt rond 16u45 aan te Fosses-la-Ville en keert hierop terug naar Auvelais. Het gros van zijn bataljon houdt op dat ogenblik een rustpauze te Jemeppe-sur-Sambre. De aftocht uit Namen verloopt in grote chaos en de staf van de 8ste Infanteriedivisie die inmiddels Velaine-sur-Sambre heeft bereikt, is tijdelijk het contact verloren met de meeste van zijn eenheden. De divisiestaf laat naar best vermogen het bericht verspreiden dat de eenheden van de divisie nabij het justitiepaleis te Charleroi een permanentie van de staf kunnen terugvinden om nieuwe orders in ontvangst te nemen. Ook Verbeemen trekt de bijna geheel verlaten stad Charleroi in op zoek naar zijn bataljon. Hij zal te Thiméon overnachten waar hij tevens het gezelschap krijgt van het divisiehoofdkwartier.

Bij de aftocht stuit ook Sergeant Raskin van de 2Cie op problemen met de Fransen. Als dienstdoenst compagnieadjudant voert hij zoals gebruikelijk het bevel over het bagageechelon van de compagnie. Zijn kleine colonne wordt staande gehouden door een Franse patrouille voor een identiteitscontrole en wordt maar liefst vijf uur lang aan het lijntje gehouden vooraleer ze hun tocht mogen verder zetten.

Detachement Luitenant Josse
De ploegen van Luitenant Josse ontvangen in de vroege middag het bevel om de laatste springinrichtingen in de sector Meuse-Meuse aan te zetten. Het detachement trekt vervolgens naar Floreffe in de hoop hier aansluiting te vinden bij het bataljon. Te Floreffe is echter geen spoor meer van het 10Gn. Het het detachement van Luitenant Josse wordt doorgestuurd naar Charleroi via Fosses-le-Villes, Presles en Châtelet. Bij aankomst te Charleroi ontzegt het Franse leger aan Josse en zijn manschappen de mogelijkheid om in de stad te kantonneren. Het detachement vindt een onderkomen voor de nacht tussen Charleroi en Fontaine l'Eveque.
16mei.jpg
Staf/10Gn
Majoor Verbeemen ontvangt om 09u45 het bevel om zijn bataljon in te kwartieren te Famille Heureux op de westelijke oever van het Kanaal van Charleroi naar Brussel, net ten noorden van La Louvière. Het Franse leger wil het kanaal echter gebruiken als tijdelijke verdedingslijn bij zijn terugtocht en bij aankomst blijkt de gemeente propvol bevriende troepen te zitten. Verbeemen wordt de toegang tot Famille Heureux ontzegt en rijdt verder naar het Belgische plaatscommando te Bergen, in de hoop de locatie van zijn bataljon te kunnen ontdekken.

Uiteindelijk wordt de majoor omstreeks 20u00 herenigd met het gros van zijn troepen te Erbisoeul ten noordwesten van Bergen. De majoor vind hier een tiental officieren, een honderddertigtal manschappen en het wagenpark van zijn bataljon terug.

Detachement Luitenant Josse
Het detachement van Luitenant Josse heeft de rest van het bataljon nog steeds niet teruggevonden. Josse wil eveneens naar Bergen verder reizen en stippelt een marsroute uit via Binche. Hij laat zijn detachement echter al snel weer halt houden terwijl hij zelf terugkeert naar Charleroi. De luitenant kan geen nuttige inlichtingen bekomen en maakt rechtsomkeer naar het plaatscommando te Bergen. Vreemd genoeg wordt het detachement hier doorgestuurd naar Kortrijk.
17mei.jpg
Staf/10Gn
Het 10Gn verlaat Erbisoeul om 05u00 en zet koers naar Ostiches ten noorden van Ath. De bataljonscommandant kan hier telefonisch contact bekomen met de staven van het VIIde Legerkorps en de 10de Infanteriedivisie en krijgt Aarsele aangeduid als nieuwe bestemming.

Detachement Luitenant Josse
Luitenant Josse en zijn manschappen verplaatsen zich tijdens tijdens de nacht van 16 op 17 mei naar Kortrijk en komen aan te Heule. Het plaatscommando in de stad verwijst de geniesoldaten naar Lichtervelde. Terwijl de manschappen afwachten te Heule, trekt Josse op verkenning uit. Te Lichtervelde stuurt een stafofficier van de 7de Infanteriedivisie hem naar Ichtegem. Hier ontdekt Luitenant Josse een detachement van zijn bataljon bestaande uit Kapitein-commandant Kurz van de 2Cie, 3 officieren en enkele tientallen manschappen. Kurz stuurt het detachement Josse naar het Verzamelcentrum voor Geïsoleerde Militairen van het Leger (CRIA) te Poperinge en belooft hier 's anderendaags rendez-vous te geven.
18mei.jpg
Staf/10Gn
Het 10Gn bereikt Aarsele en kan hier eindelijk uitrusten van de lange aftocht uit Namen. Op het middaguur laat de 8ste Infanteriedivisie weten dat het bataljon zich 's anderendaags naar Zulte moet begeven. Het bataljon telt nu 11 officieren en een 140-tal onderofficieren en manschappen.

Detachement Luitenant Josse
Het detachement van Luitenant Josse verlaat Heule tijdens de nacht van 17 op 18 mei en komt aan in Poperinge. Van Commandant Kurz is er echter geen enkel spoor, vermoedelijk werd hij reeds doorgestuurd naar Frankrijk. Luitenant Josse keert terug naar Ichtegem, maar hier zijn ook geen militairen van het bataljon meer terug te vinden.
19mei.jpg
Staf/10Gn
Tijdens de voormiddag wordt het 10Gn geïnstalleerd in nieuwe kantonnementen te Zulte. Een 10-tal nieuwe achterblijvers komen aan. Majoor Verbeemen heeft zijn commandopost op Kasteel Te Lake.

Detachement Luitenant Josse
Luitenant Josse en zijn manschappen bevinden zich inmiddels nog steeds te Poperinge. Opnieuw keert de officier vruchteloos naar Ichtegem terug. Het detachement zal een tweede nacht doorbrengen in de stad.
20mei.jpg
Op de tweede dag te Zulte slaagt het bataljon er in om heel wat achterblijvers te recupereren en zijn compagnies opnieuw aan te vullen. Een nieuwe telling levert 14 officieren en 385 onderofficieren en manschappen op. Het paardengerij is compleet. Nog 7 vrachtwagens ontbreken op het appel. Bij de aftocht van Namen werden 4 vrachtwagens met motorpech opgegeven.

De staf van het VIIde Legerkorps laat weten dat het bataljon tijdelijk aangehecht wordt bij de 10de Infanteriedivisie voor het uitvoeren van urgente geniewerken. Deze divisie maakt onderdeel uit van het VIde Legerkorps en is op 18 mei aangekomen in de sector Zingem-Eine aan het nieuwe front langsheen de Bovenschelde. Deze sector vormt de uiterste zuidgrens van de Belgische legerzone.

Majoor Verbeemen begeeft zich rond 09u00 naar het hoofdkwartier van de 10de Infanteriedivisie te Welkendries. Het bataljon zal onder tactisch bevel van het 8ste Genieregiment stand-by geplaatst worden.

De manschappen kunnen nog de ganse dag uitrusten. Om 20u00 vertrekken twee geniepelotons naar de sector van de 10de divisie; een peloton per vrachtwagen en een peloton per fiets. De pelotons worden gedurende korte tijd ingezet voor het aanleggen van veldversterkingen ten westen van de posities van het 3de Jagers te Voet dat te Zingem met een geslaagde Duitse oversteekpoging over de Schelde tracht af te rekenen. Tegen middernacht keren de beide detachementen terug naar het kantonnement.

Detachement Luitenant Josse
Het detachement rond Luitenant Josse verblijft nog steeds in Poperinge. Men geeft hem hier het bevel om zich naar Frankrijk te begeven zoals tal van andere eenheden die moeten worden heruitgerust. Het was de bedoeling om deze eenheden opnieuw van materieel te voorzien in het zuiden van Frankrijk zodat de strijd in Frankrijk kon worden voortgezet. Het detachement Josse wordt samen met duizenden andere geïsoleerde militairen naar Saint-Omer gestuurd met de belofte dat hier verdere instructies zullen volgen. Josse en zijn militairen bereiken de zelfde dag nog Saint-Omer en worden van hier uit doorgestuurd naar Abbeville.
21mei.jpg
De 10de Infanteriedivisie laat tijdens de voormiddag weten dat de situatie te Zingem hersteld is en de Belgen weer meester zijn van de linker oever van de Schelde. Het bataljon is voorlopig niet nodig aan het front, maar duidt wel een aantal vrachtwagens aan voor het overbrengen van prikkeldraad en materieel uit het geniedepot te Olsene.

Aan het eind van de middag wordt bevestigd dat de 44th(UK) Division de Scheldelinie opgeeft en zich verder naar het westen terugtrekt. De zuidflank van het Belgische leger komt hiermee bloot te liggen. Om een omsingeling te voorkomen, zal het 6de Jagers te Voet in de loop van de avond op een dwarsstelling geplaatst worden. Het 10Gn dient nu zijn beide compagnies naar voor te sturen.

Eén compagnie moet naar het 3de Jagers te Voet vertekken om de positie rond Zingem te helpen aandikken. De tweede compagnie wordt uitgestuurd naar het 6de Jagers te Voet om dit regiment te helpen ingraven op de nieuwe dwarsstelling. Het bevel wordt echter bijgesteld en alleen de 1Cie zal vertrekken naar het 6J. De pelotons vertrekken omstreeks 16u30, elk uitgerust met een kaartsjabloon en een lijst van de uit te voeren werken.

Majoor Verbeemen vertrekt kort na 20u00 op inspectie naar de posities van het 6J. Tot zijn grote ontsteltenis kan hij het 2de peloton van Onderluitenant Gathy nergens terugvinden. Gathy is er niet in geslaagd om de hem aangeduide positie terug te vinden en heeft op eigen houtje besloten om zijn manschappen terug te sturen naar het kantonnement te Zulte. De woedende Verbeemen is er vast van overtuigd er een zaak van te maken en stuurt onmiddellijk een verslag ten laste van de onderluitenant naar de divisiestaf.

Om 22u30 laat de staf van de 8ste Infanteriedivisie weten dat de opdracht aan de Bovenschelde afgesloten wordt. Het bataljon is nu opnieuw aangehecht bij zijn organieke divisie.

Detachement Luitenant Josse
Het detachement reist verder van Abbeville naar Rouen.
22mei.jpg
Het wagenpark van het bataljon wordt omstreeks 09u15 doorgestuurd naar Paanders ten zuidoosten van Meulebeke. Tijdens de voormiddag brengt het bataljon ook zijn commandopost over naar deze laatste gemeente.

De 8ste Infanteriedivisie plaatst het 13de en het 19de Linieregiment langsheen de boord van de Leie en de genie moet dan ook opnieuw aan de slag. Om 15u30 wordt een afgevaardigde van het bataljon naar de divisiestaf te Krommendijk gestuurd om samen met de staf te bepalen welke hoge gebouwen op de rechteroever van de Leie vernield dienen te worden om hun gebruik door de vijand als observatiepost onmogelijk te maken. De geniestaf van het VIIde Legerkorps laat weten dat de nood hier zeer hoog is en de richtlijnen tot het vermijden van schade aan aanpalende gebouwen genegeerd mogen worden.

De divisiestaf vraagt aan het bataljon om zijn compagnies te verdelen onder de infanterieregimenten. De 1Cie wordt gedetacheerd bij het 13Li en de 2Cie bij het 19Li. De beide compagniecommandanten stellen zich in verbinding met de bevelhebbers van de regimenten voor het bepalen van de uit te voeren geniewerken.

Tijdens de eerste helft van de nacht worden de beschikbare manschappen in hoofdzaak ingezet voor het aanleggen van prikkeldraadversperringen voor de linies. Het divisie wil voor het eerste echelon een versperring op normale heuphoogte gerealiseerd zien, en voor het tweede echelon een versperring op enkelhoogte. Er is echter een groot tekort aan piketten om de versperring aan te leggen. De divisie kan niet bevoorraad worden door de logistieke keten. Om toch maar tot een oplossing te komen wordt het Peloton Park doorgestuurd naar Wingene met de taak hier zijn vrachtwagens uit te laden en tegen de ochtend ter beschikking te stellen om dan zelf maar de nodige materialen te gaan ophalen in het Groot Legerpark te Houthulst.

Detachement Luitenant Josse
Bij de doortocht te Rouen wordt het detachement naar Conches verwezen. In Conches worden ze opgevangen door de 7de Infanteriedivisie (7Div) die in de streek van Conches - L'Aigle kantonneert om terug op krachten te komen. De 7Div krijgt opdracht om alle geïsoleerde militairen die samentroepen tussen Conche en L'Aigle, alles tezamen zo'n 15.500 manschappen, onder zijn hoede te nemen en te bevoorraden. Vanuit Conches stuurt de 7Div het detachement Josse door naar Le Fresne, net buiten Conches, waar zich nog twee geniedetachementen bevinden onder bevel van Luitenant Listray van de 4Cie van het 32Gn Bataljon (4/32Gn).
23mei.jpg
Onderluitenant Gathy wordt op aangeven van zijn bataljonscommandant uit zijn functie ontheven door de bevelhebber van de 8ste Infanteriedivisie. De provoostdienst wordt uitgestuurd om de officier onder arrest te plaatsen. Wanneer dit nieuws echter ter ore komt van de geniecommandant van het VIIde Legerkorps, Luitenant-kolonel SBH Flippen, wordt Gathy terug aan het hoofd van zijn peloton geplaatst. Met het oog op de nakende strijd aan de Leie kan de officier niet gemist worden. Onderluitenant Gathy zal in 1946 door een onderzoekscommissie schuldig bevonden worden aan plichtsverzuim.

Tijdens de voormiddag werken de geniecompagnies verder binnen de posities van het 13Li en het 19Li. Het Peloton Park is er in geslaagd een hoeveelheid piketten voor prikkeldraad te kunnen bekomen, zodat de werken beter vorderen. De compagnies concentreren hun inspanningen op de steunpunten in de bocht van de Leie te Wielsbeke, nabij de brug van Oeselgem en op de gehuchten Paling en Hooie.

Rond 15u30 laat de divisiestaf weten dat vernieling van de spoorbrug te Sint-Eloois-Vijve mislukt is. Deze brug is onderdeel van spoorlijn 66A die Izegem met Anzegem verbindt. De bevelhebber van het 13Li bevestigt een goed uur later dit bericht. Commandant Van Heeskerke en de staf van het 13Li gaan aan de slag om een oplossing te bedenken. Een nieuwe springinrichting dringt zich op. Luitenant Fontaine wordt aangeduid als werfleider.

Op de Leie liggen ook nog verschillende binnenvaartuigen die de divisiestaf tot zinken wil laten brengen. De hoogste prioriteit wordt toebedeeld aan drie lichters die tegenover het kasteel van Zulte afgemeerd liggen. De schepen worden met een kleine springlading naar de bodem van de rivier gestuurd.

Rond 17u00 duiken de eerste Duitse troepen op tegenover de ondersector van het 13Li. De eerste troepenconcentratie wordt opgemerkt bij de spoorbrug van Sint-Eloois-Vijve. De 1Cie is niet langer in staat om zonder gevaar verder te werken aan het prikkeldraadnet van het regiment en krijgt de toestemming van hun bevelhebber Kolonel Labio om het werk te staken en dekking te zoeken. De vijand tast de sterkte van de Belgische linies af en zal zowel tegenover het I/13Li als het III/13Li een beperkte aanvalspoging lanceren. De aanvallers dringen echter niet aan en trekken zich terug om tot de volgende dag af te wachten.

Detachement Luitenant Josse
Luitenant Josse en zijn militairen bereiken Le Fresne, net ten zuidoosten van Conches, waar het detachement wordt aangehecht bij het 4/32Gn. Het detachement Josse zal tot na de capitulatie bij dit detachement blijven.
24mei.jpg
10Gn_Brug_Sint_Eloois_Vijve_24_mei_1940.JPG
Luitenant Fontaines schets van de vernieling van de spoorbrug te Sint-Eloois-Vijve.
Tijdens de nacht van 23 op 24 mei slaagt Luitenant Fontaine er in om de brug van Sint-Eloois-Vijve in elk geval dieper in de rivier te laten zakken. Met een ploeg van 2 onderofficieren, 1 korporaal en 12 soldaten wordt een nieuwe springinrichting aangebracht die in totaal uit 300Kg TNT bestaat. Een tweede ploeg van 2 onderofficieren, 1 korporaal en 18 soldaten zorgen voor de aanvoer van de nodige materialen. De laatste bedrading wordt aangesloten rond 00u30 en een half uur later vind de nieuwe explosie plaats. Ook deze tweede poging draait op niets uit. De brug rust nog steeds op de beide oevers en er is dan ook een nieuwe lading van 300Kg springstof nodig om de verbinding met de westelijke oever definitief door te snijden. Om 02u50 valt het westelijke brugdeel met een enorme klap in de rivier. Het brugdek is nog steeds intact, maar een oversteek is niet langer mogelijk.

Het bataljon ontvangt tijdens de ochtend een nieuwe voorraad aan piketten en prikkeldraad met tussenkomst van de geniestaf van het VIIde Legerkorps. De materialen kunnen opgehaald worden in het station van Pittem.

Inmiddels hebben de Duitsers op diverse locaties langsheen de Leie succesvolle oversteekpogingen gelanceerd. Ook tegenover het 13Li en het 19Li komt het tot zware gevechten. Divisiecommandant Generaal-majoor Lesaffre dringt er op aan om het werktempo te verhogen.

De beloofde geniematerialen blijken echter niet op het station van Pittem te liggen. Rond 19u00 laat de divisiestaf weten dat door een vergissing bij de uitvoering de prikkeldraad en piketten zich in het station van Jabbeke bevinden. Majoor Verbeemen laat weten dat zijn Peloton Park niet in staat is om de rit uit te voeren en vraagt aan het VIIde Legerkorps om het transport te organiseren.

De vijand slaagt er in om zowel ten noorden (ten koste van het 4de Regiment Ardeense Jagers) als ten zuiden (ten koste van het 1ste Linieregiment) van de sector van de 8ste Infanteriedivisie voet aan wal te zetten op de linkeroever van de Leie en bruggenhoofden uit te bouwen. Om de aanval in de ondersector van het 1ste Linieregiment in te dijken, wordt in alle haasten een dwarsstelling op de Leie uitgebouwd langsheen het Kanaal van Roeselare naar de Leie. Het 16de Linieregiment van de 9de Infanteriedivisie wordt uitgestuurd naar het oostelijke deel van dit kanaal. Het 13Li stuurt zijn peloton verkenners uit naar deze nieuwe positie.

Voor het 10Gn betekent dit dat de 1Cie om 20u45 weggetrokken wordt van het eerste echelon van de stellingen van het 13Li en zich naar Oostrozebeke begeeft om de verdediging van het tweede echelon en de dwarsstelling te versterken. De compagnie komt aan in de tweede helft van de nacht van 24 op 25 mei.
25mei.jpg
Om 01u50 vraagt de divisiestaf de nodige ploegen om op het Kanaal van Roeselare naar de Leie zeven achtergebleven binnenschepen tot zinken te brengen. De opdracht wordt doorgegeven aan de 2Cie. Kapitein Kurz moet de precieze locaties opvragen bij de bevelhebber van het 16Li te Meulebeke. Om 04u00 belt een verontruste officier van de staf van het 16Li naar Majoor Verbeemen. Het detachement van Kapitein Kurz is nog niet komen opdagen en naast de zeven binnenschepen maakt het regiment zich grote zorgen over de nog intacte brug van spoorlijn 66A over het kanaal ter hoogte van kilometerpaal 4,2. De spoorbrug moet zo snel mogelijk vernield worden. De 2Cie meldt om 04u45 dat de geniedetachementen voor het 16Li nog maar net op weg gestuurd zijn.

De commandopost van het 10Gn valt omstreeks 09u30 onder een vijandelijke granaatregen. Meulebeke ligt nu duidelijk binnen het bereik van de Duitse artillerie. Er vallen geen slachtoffers maar er is wel belangrijke schade aan het wagenpark. De telefoonverbinding van het bataljon is eveneens onderbroken. Majoor Verbeemen aarzelt niet om een nieuw onderkomen op te zoeken en opent een nieuwe commandopost om 11u45 op de hoeve Maton op de Marialoopsesteenweg net ten noorden van de gelijknamige gemeente.

Inmiddels is Luitenant Scieur van het 1ste Peloton van de 2Cie uitgestuurd om een fabrieksschoorsteen te Hoogleen te vernielen. De potentiële uitkijkpost wordt met succes opgeblazen.

In de loop van de avond brengt divisiecommandant Generaal-majoor Lesaffre Majoor Verbeemen op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op de zuidflank van de divisie. Het commando is sterk verontrust over de steeds toenemende Duitse druk op het Kanaal van Roeselare naar de Leie en vermoed dat de vijand een opmars naar de stad Tielt plant. Lesaffre deelt mee dat de divisie zonder reservemacht zit en vraagt aan Majoor Verbeemen om zijn bataljon voor de bereiden tot een mogelijke inzet als infanterie op het tweede echelon van de stelling langsheen het kanaal.
26mei.jpg
Majoor Verbeemen bevindt zich nog steeds in zijn commandopost aan de Marialoopsesteenweg wanneer tussen 09u00 en 10u00 diverse detachementen van de infanterie in alle haasten voorbijtrekken richting Tielt. De bataljonscommandant merkt onder meer enkele stafofficieren van het 13Li op, samen met een detachement van de 15Cie van het 21Li en militairen van allerhande eenheden van de divisie. Een half uur later, om 10u30, beveelt de divisiestaf om alle geniewerkzaamheden onmiddellijk te staken en de troepen te ontplooien in een infanterierol op het tweede echelon. Majoor Verbeemen heeft een slagorde met twee compagnies van telkens twee pelotons fuseliers voorbereid. Terwijl de inzet opgestart wordt, onderschept de majoor twee vrachtwagens van het peloton van Luitenant Fontaine van de 1Cie. De militairen hebben besloten om naar Tielt te vluchten, maar worden prompt toegevoegd aan de komende inzet.

Het tactisch bevel over de geniepelotons komt in handen van de infanterieregimenten waar ze op dat ogenblik ingezet zijn. De bevelhebbers krijgen de toestemming om de geniesoldaten naar eigen goeddunken te gebruiken. Tijdens de acties heeft Majoor Verbeemen dan ook geen overzicht zijn militairen. De detachementen van het 10Gn zijn onder meer betrokken bij de verdediging van Brug 3 langsheen het Kanaal van Roeselare naar de Leie, een bescheiden tegenactie rond een boerderij nabij de kapel van Onze-Lieve-Vrouw-van-Salette en de verdediging van hoeve Blauw Kasteel.

Majoor Verbeemen behoudt zijn commandopost aan de Marialoopsesteenweg en heeft de ganse dag diverse contacten met eenheden die zich doorheen het gebied verplaatsen. Zo passeert rond 20u00 de stafauto van de bevelhebber van het 5de Artillerieregiment, Kolonel Delvaux, die meedeelt dat het hoofdkwartier van de 8ste Infanteriedivisie vertrokken is van zijn standplaats op de baan van Ingelmunster naar Brugge en het de hoogste tijd is om naar het noorden van Tielt weg te vluchten. Verbeemen laat zijn commandopost onmiddellijk klaar maken voor de verplaatsing en geeft het bevel koers te zetten naar Rik. In alle haasten stuurt de majoor om 20u45 twee motorwielrijders uit op zoek naar zijn compagnies. Door de chaos aan het front zal de 1Cie het bericht pas ontvangen rond 23u45 en de 2Cie rond 22u15.
27mei.jpg
De commandopost van het 10Gn is opnieuw operationeel te Rik vanaf 03u00. Anderhalf uur later kan de 2Cie laten weten dat ze op weg is, maar bij de doortocht te Tielt gemitrailleerd werd door vijandelijke vliegtuigen.

Verbeemen wacht de ganse dag af op de komst van zijn troepen. Een detachement van 1Cie met heel wat gewonden, waaronder ook Commandant Van Heesbeke, komt aan rond 15u00. Van Heesbeke verhaalt hoe zijn manschappen aan de Leie bij de gevechten betrokken waren en ook kort na de aftocht ten westen van Wingene gebombardeerd werden.

Om 16u00 laat Luitenant-kolonel SBH Flippen van de staf van het VIIde Legerkorps alle nog strijdvaardige manschappen bij elkaar roepen om een wegblokkade in te richten nabij kilometerpaal 26,8 van de baan van Ingelmunster naar Brugge. De wegblokkade moet dienen om vluchtende militairen te onderscheppen en trachten terug te sturen naar hun eenheden. Deze locatie bevindt zich ongeveer pal ten oosten van de dorpskern van Koolskamp. Luitenant Scieur vertrekt als eerste met een vrachtwagen vol geniesoldaten. Nog geen half uur later komt Flippen echter melden dat de vijand de spoorlijn van Ingelmunster naar Tielt is overgestoken en de wegblokkade nabij Koolskamp geen enkele zin meer heeft. Het detachement moet deze taak nu gaan vervullen aan die zelfde Kortrijksestraat te Lakebos.

Luitenant Scieur wordt teruggeroepen en zal Lakebos bereiken rond 18u00. Het peloton moet tot de ochtend van 28 mei de blokkade bemannen. Terzelfder tijd wordt ook het paardengerij van het batalajon weggestuurd uit Rik richting Wijnendale.

Om 19u00 vertrekt het peloton van Onderluitenant Staffe en een gevechtsgroep van het peloton van Luitenant Scieur voor een zelfde missie naar de oostrand van Westhoek. De detachementen krijgen de opdracht om tot 22u15 op post te blijven en dan eveneens Wijnendale te vervoegen.
28mei.jpg
Tijdens de nacht van 27 op 28 komt het hoofdkwartier van het VIIde Legerkorps aan te Wijnendale. Majoor Verbeemen volgt in hun kielzog en kiest een woning uit op de Sparappelhoek voor zijn nieuwe commandopost. Wanneer hij om 05u00 naar de legerkorpsstaf vertrekt om terug contact op te nemen met de 8ste Infanteriedivisie verneemt hij dat het leger de wapens heeft neergelegd.

Om 08u00 krijgt het 10Gn het bevel om te hergroeperen op de Vijfhuizenhoek, even ten zuidwesten van Torhout. Het bataljon verblijft hier tot de middag van 29 mei. Het gros van de manschappen vertrekt vervolgens richting binnenland, samengepakt in de nog beschikbare vrachtwagens. Bij de doortocht van Aarsele houdt de bezetter de colonne tegen. Majoor Verbeemen laat zijn militairen overnachten in een boerderij en besluit 's anderendaags over te gaan tot de demobilisatie. Alle militaire zakboekjes krijgen een naar behoren ingevulde verlofpas voor onbepaald verlof en de bataljonskas wordt netjes verdeeld onder de manschappen. De colonne rijdt in een geheel naar Ninove waar de manschappen herschikt worden volgens hun streek van afkomst en de vrachtwagens uit elkaar gaan naar Brussel, Charleroi, Bergen, Namen en Luik. Het lot van de militairen loopt dan sterk uit elkaar. Het detachement dat naar Namen rijdt wordt hier gescheiden. De militairen afkomstig uit de Ardennen worden naar Duitsland afgevoerd, terwijl de manschappen uit de omgeving nog enige tijd te Namen ingezet worden door de Duitsers voor ontmijningswerken en vervolgens naar huis mogen.

Register van Gesneuvelden

2

CRUBECK

Emile, J.G.

Sdt
Mil
31

16/05/1911

Emines

19/05

Beuvry (F)


2

DARTE

Louis, G.J.

Sdt
Mil
31

03/04/1911

Aische-en-

19/05

Beuvry (F)


2

LAVAUX

Henri, C.J.

Sdt
Mil
31

07/04/1911

Florennes

19/05

Beuvry (F)


2

LENOCQ

Albert, J.B.

Sdt
Mil
39

22/06/1918

Brugelette

19/05

Beuvry (F)

Tussen 10 en 31/5 overleden
1

MONTEGNIES

Hubert, L.E.

Sdt
Mil
33

04/01/1914

Marchienne-au-Pont

28/05

Sint-Andries

Verwond 27/5 Zwevezele
2

ROBAEYS

Louis, C.

Sdt
Mil


18/04/1918

Nivelles

eind mei

?

Vermist in Belgie
Bovenstaande lijst werd opgemaakt aan de hand van het bestand der gesneuvelden van de Achttiendaagse Veldtocht van het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie, aangevuld met zorgvuldig getoetste gegevens uit personeelsdossiers van de Sectie Administratieve Expertise - Ondersectie Notariaat van Defensie, het steekkaartenbestand van het IV-NIOOO en enkele overlijdensakten op bel-memorial.org. Meer informatie over het bestand der gesneuvelden vindt U op de pagina Aanpak en Achtergrond. Geverifieerde aanvullingen en correcties bij deze lijst zijn van harte welkom op 18daagseveldtocht@gmail.com

Bibliografie en Bronnen

Dossier 10de Geniebataljon, Centrum voor Historische Documentatie van Defensie te Evere
Dossier 8ste Infanteriedivisie, Centrum voor Historische Documentatie van Defensie te Evere