56Li.jpg56ste Linieregiment

Overzicht op 10 mei 1940

Type
Versterkings- en Opleidingsregiment

Ontdubbeld van
6de Linieregiment

Onderdeel van
2de Versterkings- en Opleidingscentrum

Bevelhebber
Luitenant-kolonel O. Mény

Standplaats
Kazerne Onderluitenant Dupont te Berchem
Pensionaat Heilige Familie, Jan Moorkenslaan te Berchem
Samenstelling
I Bataljon Instructie
(Kapitein-commandant E. Guérin)
1ste Compagnie Fuseliers (Lt C. Van Berendoncks)
2de Compagnie Fuseliers (Lt C. Stessens)
3de Compagnie Fuseliers (Kapt E. Moens)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt H. Verbeeren)

II Bataljon Versterking
(Kapitein-commandant H. Redig)
5de Compagnie Fuseliers (Lt E. Van Langendonck)
6de Compagnie Fuseliers (Lt C. Collin)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt Jules Joris)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt F. Van Der Straeten)
9de Compagnie Klein Geschut

Compagnie Depot en Diensten (Kapitein-commandant A. Bailleul)

18-Daagse Veldtocht

Datum
Belangrijkste Gebeurtenissen

56Li_Dupontkazerne_Berchem.PNG
Onderluitenant Dupont kazerne Berchem
Staf/56Li
In normale omstandigheden stonden de verschillende regimenten van het actieve leger zelf in voor de opleiding van hun nieuwe miliciens. Omdat dit moeilijk lag voor de reeds gemobiliseerde regimenten, die zich zoals het 6Li al op hun gevechtsstellingen bevonden, werd de laatst opgeroepen lichting dienstplichtigen samengebracht in Versterkings- en Opleidingscentra (VOC's). Het 56Li wordt opgericht in maart 1940 als één van de drie Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 2VOC en mobiliseert in de kazerne Onderluitenant Dupont (kazerne 7/8) van Berchem.

De eerste miliciens van de klas 40 worden vanaf februari 1940 onder de wapens geroepen en vervoegen de Bataljons Instructie van hun respectievelijke Versterkings- en Opleidingsregimenten in maart. Het 56Li staat in voor de opvang en opleiding van niet-getrainde rekruten en van mobilisatie vrijgestelde reservisten van het 6Li en zijn ontdubbelingsregimenten 28Li en 36Li. Net zoals de andere infanterieregimenten van het 2VOC beschikt het 56Li op 09 mei over een Staf, een Bataljon Instructie met de rekruten van de klas 40 en een Compagnie Depot en Diensten. Het kaderpersoneel is een samenraapsel van oude beroeps- en dienstplichtige officieren en onderofficieren van de actieve regimenten.

Luitenant-kolonel Mény wordt nog tijdens de mobilisatie aangeduid als Stafchef van het 2VOC en draagt het commando over aan Majoor Verschueren die wordt aangesteld als commandant a.i. van het 56Li.

I/56Li
Het Iste Bataljon Instructie (I/56Li) wordt geactiveerd bij oprichting van het regiment en ontvangt vanaf maart 1940 de nieuwe rekruten van de klas '40. Deze rekruten zullen bij het 56Li hun basisopleiding ontvangen en dienen vervolgens doorgestuurd te worden naar het 6Li, 28Li en 36Li als versterkingen.

II/56Li
Het Bataljon Versterking (II/56Li) dat moest instaan voor de opvang van oudere reservisten en vrijgestelden bestond enkel uit kader en zal pas aangevuld worden met manschappen na de afkondiging van algemene mobilisatie (Fase E van het mobilisatieplan). In afwachting van de algemene mobilisatie wordt het II/56Li op non-actief geplaatst.
10mei.jpg
56Li_Recruut.jpg
Jonge rekruut van de klas 40 van het 56Li
Staf/56Li
Het 56Li ontvangt rond 01u00 het bevel zich klaar te maken om de 10de mei bij eerste klaarte vooraf verkende alarmkantonnementen in te nemen in de Antwerpse agglomeratie. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moeten de Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 2VOC zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen. De manschappen in de Dupontkazerne worden uit hun bed gelicht en vertrekken naar Berchem waar ze alarmkantonnementen innemen. De Staf neemt zijn intrek in het pensionaat Heilige Familie in de Jan Moorkenslaan te Berchem.

Om 06u00 wordt de Staf/56Li in zijn commandopost aan de Jan Moorkenslaan verwittigd van de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval. Door de afkondiging van de algemene mobilisatie worden de oudere reservisten en vrijgestelden opgeroepen om het Bataljon Versterking te vervoegen. Het gaat hier om militairen die omwille van een vrijstelling in de loop van de tweede helft van 1939 terug naar huis gestuurd werden, of nog niet onder de wapens waren geroepen. Eveneens om 06u00 wordt het bevel gegeven om, zoals voorzien in het mobilisatieplan, uit te wijken naar de oorlogskantonnenmenten die zich in diverse kleinere dorpen en steden van Oost- en West-Vlaanderen bevinden. Het mobilisatieplan voorzag dat elke eenheid van het 2VOC bij een vijandelijke inval zou uitwijken naar een oorlogskantonnement, ver verwijderd van de vijandelijkheden, om de opleiding in relatieve rust te kunnen voortzetten. Het voorziene oorlogskantonnement voor het 56Li is Zomergem ten noordwesten van Gent. Gedurende de rest van de dag maakt het regiment zich dan ook klaar voor de verplaatsing naar zijn oorlogskantonnement in Oost-Vlaanderen.

I/56Li
Het volledige Bataljon Instructie verlaat de kazerne en begeeft zich bij dageraad naar zijn alarmkantonnement. De Compagnies van I/56Li worden op verschillende locaties in Berchem ondergebracht.

II/56Li
Terwijl het Iste Bataljon Instructie en de regimentsstaf vertrekken naar hun alarmkantonnementen, wordt het IIde Bataljon Versterking in de Dupontkazerne geactiveerd na de afkondiging van fase E van het mobilisatieplan. Dit bataljon moet de oudste en de vrijgestelde reservisten van het 6Li opvangen en hun militaire vaardigheden opfrissingen. Terwijl de rest van het regiment zich reeds geïnstalleerd heeft in hun alarmkantonnementen te Berchem, komen de eerste militairen bestemd voor het II/56Li in de Dupontkazerne toe. Bij II/56Li, onder bevel van Kapitein-commandant Redig, is de oprichting van de 9Cie nog onduidelijk en er kan niet met zekerheid gezegd worden of deze eenheid ook daadwerkelijk het nodige personeel zal ontvangen.
11mei.jpg
Staf/56Li en I/56Li
Terwijl de regimentsstaf in Berchem achterblijft verlaten het Iste Bataljon Instructie en de Compagnie Depot en Diensten de stad en verplaatsen zich per trein naar Zomergem. De 11 mei omstreeks 22u00 neemt het Groot Hoofdkwartier (GHK) de beslissing dat vijf Bataljons Instructie zich vanuit hun oorlogskantonnementen in het Gentse naar Brussel moeten verplaatsen voor een contra-parachutisten opdracht. Opgeschrikt door de gebeurtenissen bij de 7Div aan het Albertkanaal slaat de paniek voor luchtlandingsoperaties overal in het land toe. Een haastige verdediging van de hoofdstad tegen mogelijke Duitse luchtlandingsoperaties wordt opgezet onder leiding van Luitenant-generaal ridder Van Strydonck de Burkel. In eerste instantie werden de verschillende Groepen van 31A, een Versterkings-en opleidingsregiment van de artillerie, rond de vliegvelden van de hoofdstad ontplooid. Vervolgens worden de Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC aangeduid voor deze opdracht. I/56Li bereidt zich gedurende de nacht om de volgende ochtend al naar Brussel te vertrekken.

II/56Li
De mobilisatie van het IIde Bataljon Versterking wordt voortgezet in de Dupontkazerne te Berchem
12mei.jpg
Staf/56Li en II/56Li
De Staf en het IIde Bataljon Versterking bevinden zich nog steeds in Berchem

I/56Li
Het Iste Bataljon Instructie wordt op de trein gezet naar Brussel. De verschillende instructiebataljons worden opgesteld rond Brussel waarbij steunpunten worden ingericht om de toegangen tot de Brusselse agglomeratie te ontzeggen aan parachutisten in de eventualiteit van een Duitse luchtlandingsoperatie in de buurt van onze hoofdstad. De Brusselse agglomeratie wordt in zes sectoren verdeeld die bezet worden door de zes aangeduide Bataljons Instructie. I/56Li krijgt een bewakingszone aan de zuidwestrand van de stad toegewezen en stelt zich op in de gemeentes Ukkel en Vorst. De eenheid komt er onder het bevel te staan van de 1ste Militaire Circonscriptie. Er worden steunpunten ingericht en patrouilles gelopen tegen mogelijke vijandelijke parachutisten.

Cie Depot&Dst/56Li
Deze compagnie blijft na het vertrek van I/56Li geïsoleerd achter in het oorlogskantonnement van Zomergem waar ze de aankomst voorbereiden van de Staf en II/56Li.
13mei.jpg
Staf/56Li en II/56Li
Door de snelle opmars van de Duitsers was het voor het GHK snel duidelijk dat de verdere opleiding van de nieuwe rekruten enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Alle eenheden van de VOC's die niet ingezet werden voor de beveiliging van Brussel ontvangen op 13 mei rond 14u00 het schriftelijk bevel van het HK/TRI om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste wereldoorlog gebeurde. Voor het 56Li, dat zijn Bataljon Instructie naar Brussel had gestuurd, gingen de orders om onmiddellijk naar Frankrijk te vertrekken echter niet door, eerst moest de opdracht voor de beveiliging van Brussel tot een goed einde gebracht te worden. De staf van het regiment en het IIde Bataljon Versterking bevinden zich nog te Berchem. Wanneer Majoor Verschueren, commandant a.i., in de namiddag de Staf/56Li en II/56Li in het station Antwerpen-Zuid de trein laat nemen om zich naar het oorlogskantonnement in Zomergem te begeven blijkt dat de trein niet naar Zomergem afreist maar hen onmiddellijk naar Zuid-Frankrijk zal brengen. Het valt niet uit te sluiten dat de trein die het 56Li naar Frankrijk brengt ook een aantal "administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties" aan boord heeft. Deze "gevangenen" zullen geëscorteerd worden door militairen van het 56Li.

I/56Li
Het Iste Bataljon Instructie blijft te Brussel voor de uitvoering van zijn anti-parachutisten opdracht.

Cie Depot&Dst/56Li
Deze compagnie blijft alleen achter in het oorlogskantonnement van Zomergem.
14mei.jpg
I/56Li
Het I/56Li bevindt zich nog steeds te Brussel en voert er patrouilles uit op zoek naar Duitse valschermspringers. Er wordt evenwel niets gevonden. Intussen beslist het Groot Hoofdkwartier om Brussel niet militair te verdedigen. Tegelijkertijd starten de 1ste Militaire Circonscriptie en het Ministerie van Landsverdediging met het ontruimen van hun hoofdkwartier in Brussel. De hoofdstad zal worden opgegeven en als open stad aan de vijand overgelaten in de hoop dat deze laatste de hoofdstad ongeschonden zal laten. I/56Li blijft voorlopig nog ter plekke, ze worden belast met allerlei bewakingsopdrachten en met het uitvoeren van anti-parachutistenpatrouilles. Intussen worden de Brusselse vliegvelden door de Belgische genie gemijnd waardoor een vijandelijke luchtlandingsoperatie op de vliegvelden onwaarschijnlijk wordt.

Cie Depot&Dst/56Li
Deze compagnie verblijft nog steeds in Zomergem.
15mei.jpg
I/56Li
De eenheden van het I/56Li blijven patrouilleren in de Brusselse rand en sturen ettelijke rapporten naar het plaatscommando van de stad. Rond 17u00 ontvangt Kapitein-commandant Guérin het bevel Brussel te verlaten, de anti-parachutisten opdracht wordt afgeblazen door de 1ste Militaire Conscriptie.

Cie Depot&Dst/56Li
Deze compagnie verblijft nog steeds in Zomergem.
16mei.jpg
Cie Depot&Dst/56Li
De compagnie verlaat Zomergem en begeeft zich naar het Rabot te Gent waar 's anderendaags per goederentrein naar Frankrijk zullen vertrekken.
17mei.jpg
56Li_Kamp_St-Cyprien.jpg
Het kamp van St-Cyprien werd door de Fransen gebouwd voor de opvang van Spaanse vluchtelingen.
Staf/56Li en II/56Li in Frankrijk
Het naar Frankrijk uitgeweken deel van het regiment komt aan in het station van Elne, iets ten zuiden van Perpignan, in het Franse departement Basses-Pyrénées en verplaatst zich vervolgens naar het kamp van Saint-Cyprien. Dit kamp van houten barakken en tenten werd in februari 1939 gebouwd door de Franse overheid voor het opvangen van gevluchte republikeinse troepen van de Spaanse burgeroorlog. De levensomstandigheden in het kamp van Saint-Cyprien waren dermate slecht dat uitgekeken wordt naar een nieuw kantonnement. De meegereisde geïnterneerden worden hier overgeleverd aan de Fransen (TBC).

Cie Depot&Dst/56Li
Om 04u00 vertrekt hun trein met aan boord de 350 infanteristen van het II/58Li, de Compagnie Depot en Diensten van het 58Li en zo'n 250 onbewapende Rijkswachters die de plaatselijke overheid naar Frankrijk will evacueren. Cdt Bolly bataljonscommandant van II/58Li is aangeduid als treincommandant. Twee mitrailleurs worden op platte wagens in stelling gebracht. De rantsoenen worden verdeeld onder de manschappen a rato van twee dagrantsoenen per man. De meesten eten ondanks uitdrukkelijk bevel alles meteen op. De trein wordt echter weer tot staan gebracht en verlaat Gent pas omstreeks 12u00 om net voor half zes in De Pinte aan te komen. Het moraal zakt dieper weg wanneer de trein daar weer komt stil te staan en iedereen in de wagons moet overnachten. Kostbare tijd gaat verloren.
18mei.jpg
56Li_St-Cyprien.PNG
Het 56Li wordt tijdelijk ondergebracht in het interneringskamp van St-Cyprien
Staf/56Li en II/56Li in Frankrijk

De regimentsstaf en II/56Li bevinden zich nog steeds in het kamp van St-Cyprien waar de militairen gebeten worden door allerlei ongedierte. Ze zijn ver verwijderd van de opleiding die ze zouden krijgen om de oorlogsinspanning verder te zetten.

Cie Depot&Dst/56Li
De compagnie zit nog steeds op de trein en trekt met veel horten en storen via Deinze, Waregem en Kortrijk naar Moeskroen.
19mei.jpg
Staf/56Li en II/56Li in Frankrijk
De regimentsstaf en II/56Li bevinden zich nog steeds in het kamp van St-Cyprien

Cie Depot&Dst/56Li
De trein van de Cie Depot&Dst/56Li verlaat nog tijdens de nacht van 18 op 19 mei de stad Moeskroen om even later in Tourcoing in Frankrijk aan te komen. Er heerst complete wanorde en het Franse spoorwegpersoneel lijkt te willen vluchten. Franse militairen lopen er doelloos rond. Cdt Bolly zet zijn tocht zo snel mogelijk verder en laat de trein weer vertrekken naar Roubaix.
20mei.jpg
62Li_overzicht_Duitse_opmars.jpg
Overzicht van de Duitse opmars van 16 tot 21 mei
Staf/56Li en II/56Li in Frankrijk

De regimentsstaf en II/56Li bevinden zich nog steeds in het kamp van St-Cyprien.

I/56Li in Frankrijk
De Duitsers bereiken in de nacht van 20 op 21 mei Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken heel wat eenheden van de Versterkings- en Opleidingstroepen, waaronder I/56Li en de Cie Depot&Dst/56Li, ingesloten door de Duitsers. Door vertragingen onderweg naar het zuiden van Frankrijk wordt hun terugtochtweg afgesneden. De treinen die de troepen naar het zuiden brachten zitten vast in verschillende Noord-Franse stations zoals St-Omer, Boulogne, Calais en Duinkerke. Sommige van de eenheden zullen ingezet worden voor de verdediging van de havens in Noord-Frankrijk, anderen zullen naar België terugkeren.

Cie Depot&Dst/56Li in Frankrijk
Nog steeds onderweg per trein bereikt de compagnie in de namiddag het station van Bethune na eerst Rijsel, Haubourdin en Wavrin te zijn gepasseerd. In Bethune is de toestand al niet veel beter dan in Tourcoing. Een Franse onderofficier laat vier wagons met voedsel en paardenvoeder aanhaken samen met een platte wagen geladen met vaten wijn. De manschappen aan boord van de trein kunnen zich niet meer beheersen en overrompelen de wagons. Er wordt gevochten om de wijn en iedereen tracht zoveel mogelijk brood weg te stoppen. Cdt Bolly kan maar met grote moeite de situatie weer onder controle krijgen en de trein vertrekt die avond naar Hazebrouck. De Belgen zijn op zoek naar een route naar het zuiden van Frankrijk, maar kunnen door de Duitse opmars naar de Noordzeekust geen kant meer uit.
21mei.jpg
58Li_Renescure.PNG
Renescure waar de trein van II/58Li en de Cie Depot&Dst/56Li komt vast te zitten
Staf/56Li en II/56Li in Frankrijk

De regimentsstaf en II/56Li bevinden zich nog steeds in het kamp van St-Cyprien.

Cie Depot&Dst/56Li in Frankrijk
De trein van het II/58Li en de Cie Depot&Dst/56Li is op weg van Hazebrouck naar Renescure net ten oosten van Saint-Omer en komt even voorbij dit station tot stilstand. Het spoor is geblokkeerd nadat een locomotief van een andere trein werd gebombardeerd. Er staat ondertussen al een ganse file op de sporen. Cdt Bolly moet wachten tot de late namiddag wanneer het spoor weer vrijgemaakt wordt. De mannen van het II/58Li maken nog maar eens een bange dag op de trein mee. Wanneer Duitse vliegtuigen opnieuw opduiken worden de Belgen vanuit de lucht aangevallen. Hierbij sneuvelt één soldaat van het II/58Li en vallen er ook drie gewonden waarvan enkele ernstig die naar het hospitaal van St-Omer moeten worden afgevoerd. Het moraal van de manschappen zakt ver onder nul wanneer duidelijk wordt dat er nog maar eens een nacht in de wagons moet worden geslapen.
22mei.jpg
Staf/56Li en II/56Li in Frankrijk
Het 56Li verlaat het kamp van Saint-Cyprien en wordt op de trein gezet in het station van Elne. Na een treinrit tot in Montpellier wordt het regiment per vrachtwagen naar Saint-Georges-d'Orques gebracht waar zij zich installeren.

Cie Depot&Dst/56Li in Frankrijk
Nog steeds nabij Renescure wordt de trein voor een derde keer van uit de lucht aangevallen. De manschappen vluchten uit de trein en er breekt een ware paniek uit. Niemand heeft nog zin om in de trein op de volgende aanval te wachten. In kleine groepjes verlaat iedereen de streek. Enkelen willen naar Calais, anderen naar Abbeville. Cdt Bolly geeft nog aan zijn manschappen de richtlijn mee om het gevecht met de vijand te vermijden, tenzij men zeker is van de gunstige afloop. De meesten van de compagnie worden in de komende dagen zonder slag of stoot gevangen genomen door de Duitsers.
23mei.jpg

24mei.jpg

25mei.jpg

26mei.jpg
I/56Li in Frankrijk
Het I/56Li duikt op te Bulskamp waar ze onder bevel komen van Kolonel Bruyère, voormalig bevelhebber van 1VOC maar nu bevelhebber van het "VOC in België", een geïmproviseerde formatie samengesteld uit alle troepen van de VOC's die de evacuatie naar Zuid-Frankrijk niet hebben gehaald en die naar België zijn teruggekeerd.
27mei.jpg

28mei.jpg

30 mei
Staf/56Li in Frankrijk
De aan het Albertkanaal teruggeslagen 7de Infanteriedivisie (7Div) is via heel wat omwegen naar de Bretoense zuidkust geëvacueerd. De divisie heeft zwaar geleden en is dringend aan versterking toe. De Versterkings-en Opleidingscentra in het zuiden van Frankrijk ontvangen het bevel om zo'n 140 officieren en 4.500 manschappen aan te duiden om de rangen van de 7Div opnieuw aan te vullen. Het merendeel van de versterkingen, 45 officieren en 1.650 manschappen, dient te komen van het 6VOC die de ontdubbelingsregimenten van de 7Div groepeert. De te leveren manschappen moeten in eerste instantie worden gezocht onder de naar Frankrijk gevluchte van hun eenheid geïsoleerde militairen en onder de ervaren reservisten. De detachementen moeten vervolgens aangevuld worden met miliciens van de klas 40 met met minimum vier maanden dienst. De commandant van het 56Li wordt gevraagd om twee compagnies aan te duiden ter versterking van de 7Div. Hij duidt het II/56Li aan om een detachement samen te stellen.
01 juni
Detachement Majoor Verschueren van II/56Li in Frankrijk
Op 1 juni wordt een detachement bestaande uit twee compagnies samengesteld. Dit detachement, onder bevel van Majoor Verschueren, vertrekt vanuit Cigean (Hérault) op 3 juni richting Ploërmel in Bretagne om het 18e Linieregiment (18Li) van de 7de Infanteriedivisie te gaan versterken.
04 juni
Staf/56Li in Frankrijk
Het Commando van de Versterkings- en Opleidingscentra (HK/TRI) onder bevel van Luitenant-generaal Wibier is deels ingegaan op een Frans verzoek om 20.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken ten voordele van de Franse divisies opgesteld in tweede echelon langs de Seine, in Parijs en langs de Marne. In eerste instantie worden de Bataljons Versterking aangeduid voor deze opdracht teneinde de opleiding van de jonge rekruten niet te onderbreken. Orders worden verspreid om 10 werkbataljons samen te stellen. Aangezien het Versterkingsbataljon van het 56Li al twee compagnies heeft aangeduid voor de 7Div kan het 56Li niet gevraagd om een werkbataljon samen te stellen. Toch dienen zij nog een compagnie samen te stellen in steun van het werkbataljon van II/52Li.
05 juni
Detachement Majoor Verschueren van II/56Li in Frankrijk
De twee compagnies die ter versterking naar de 7Div werden gestuurd kunnen op 5 juni te La Chapelle aanhechting vinden bij het 18Li en komen vanaf die datum onder hun korpscommandant Kolonel Duez te staan.
06 juni
Staf/56Li in Frankrijk
Op 6 juni bevestigen de Fransen hun vraag om nog eens 20.000 militairen extra te leveren om veldwerken uit te voeren, 16.000 aan te duiden door het HK/TRI. Het HK/TRI ziet zich nu genoodzaakt om ook de Bataljons Instructie met deze opdracht te gelasten. Aangezien het I/56Li nooit in Zuid-Frankrijk is toegekomen en het II/56Li enkel nog over een staf en en een kleine compagnie beschikt wordt het 56Li ook nu vrijgesteld voor het leveren van een werkbataljon.
08 juni
II/56Li(-) in Frankrijk
Het reeds sterk gereduceerde II/56Li is druk bezig met het samenstellen van een compagnie van 250 man ter versterking van het II/52Li. II/52Li, onder bevel van Cdt Langie, levert de bataljonsstaf en twee compagnies van 250 man. II/52Li wordt versterkt met één compagnie van II/55Li onder bevel van Luitenant Brouwers en de compagnie van II/56Li onder bevel van Onderluitenant Goossens. Initieel was het de bedoeling het werkbataljon naar Châlons-sur-Marne te sturen maar uiteindelijk vertrekt het 1.100 man sterke werkbataljon op 09 juni naar Bièvres (Seine-et-Oise) ten zuiden van Parijs.
11 juni
Detachement OLt Goossens van II/56Li in Frankrijk
Op 11 juni stijgt de compagnie van OLt Goossens te samen met de rest van II/52Li uit in het station van Bièvres en bivakkeert in het park van het kasteel van Mathurins. II/52Li wordt ter beschikking gesteld van het Xde Franse Legerkorps. Cdt Langie probeert te weten te komen welke opdracht hij moet uitvoeren maar het bataljon wordt de eerste twee dagen niet ingezet. Intussen komen ook I/61Li, I/64Li en II/7ChA toe in Bièvres. Op 13 juni naderen de Duitsers de Parijse noordrand waarop Cdt Langie in overleg met de commandanten van andere werkbataljons besluit om naar het zuiden terug te keren. Het werkbataljon trekt terug via Etampes en Angerville naar Orléans. De bataljonscolonne wordt opgeslokt door een stroom vluchtelingen die zich naar het zuiden verplaatst. Wanneer het bataljon de volgende ochtend min of meer compleet Arpajon bereikt houden ze er halt om zich te herbevoorraden. Ze krijgen eten van het gemeentebestuur maar de rantsoenen zijn ontoereikend om de ganse groep militairen te voeden. Enkele koeien worden neergeschoten en geslacht om de manschappen te bevoorraden. De 14de juni wordt de terugtocht voortgezet vanaf 13u30. Cdt Langie beslist het bataljon op te delen in kleine groepjes die langs twee marsroutes (de N20 en een parallelle weg) verder naar het zuiden zullen trekken. Cdt Langie probeert in verbinding te blijven met de detachementen door met fiets tussen beiden marsroutes te pendelen. De 15de juni 's avonds krijgen ze te horen dat de Duitsers snel oprukken richting Orléans waarop beslist wordt de manschappen met alle mogelijke voertuigen te vervoeren richting Loire. De stad Olivet, op een tiental km ten zuiden van Orlèans, wordt als rendez-vous punt aangeduid. Slecht een derde van de manschappen slaagt erin de Loire over te steken de rest, waaronder Cdt Langie, wordt door de Duitsers gevangen genomen wanneer die op 16 juni de oevers van de Loire bereiken.
13 juni
Detachement Majoor Verschueren van II/56Li in Frankrijk
De integratie van de versterkingen in de 7Div verloopt moeizaam en het blijkt niet mogelijk te zijn om de drie regimenten van de 7Div behoorlijk te reorganiseren. Generaal-majoor Van Daele, de divisiecommandant van de 7Div, geeft te kennen dat hij niet opgezet is met de gestuurde versterkingen. Hij heeft zijn twijfels over de motivatie van de oudere militairen van de Versterkingsbataljons en had liever de jonge rekruten van de Instructiebataljons in versterking gekregen. De Fransen hadden ook al laten verstaan dat zij niet in staat waren om meer dan twee infanterieregimenten uit te rusten. Op 13 juni wordt het Dagelijks Order Nr 14 van de 7Div uitgevaardigd waarmee GenMaj Van Daele kenbaar maakt dat het 2Gr niet meer zal heropgericht worden en dat de divisie zal reorganiseren naar het model van de Franse lichte divisies. De volgende reorganisatie vindt plaats:
  • De 7Div zal slechts twee infanterieregimenten meer bevatten het 18Li en het 2C;
  • De militairen die behoorden tot het oorspronkelijke 2Gr en die vanuit België met de divisie mee naar Frankrijk zijn getrokken worden gegroepeerd in één bataljon en aangehecht aan het 2C maar mogen hun kentekens behouden en zullen in 2C verder blijven bestaan als het Bataljon Grenadiers (II/2C);
  • Het Eskadron Wielrijders van de 7Div gaat over naar het 18Li.

GenMaj Van Daele vraagt aan het HK/TRI om de afgewezen militairen van de Versterkingsbataljons te vervangen door jonge rekruten van de Instructiebataljons.
16 juni
Detachement Majoor Verschueren van II/56Li in Frankrijk
Gezien het gebrek aan vertrouwen in de Versterkingsbataljons moet het II/56Li de 7Div alweer verlaten. Omdat er nog steeds werkbataljons te weinig zijn volgens de beloften gemaakt ten overstaan van de Fransen worden de twee compagnies van II/56Li samen met het II/59Li omgevormd tot een werkbataljon. Het detachement van II/56Li (4 officieren en 420 manschappen) komt nu onder bevel van Cdt Joris te staan. Het detachement van II/59Li (4 officieren en 409 manschappen) onder leiding van Lt Leroy en het detachement van Cdt Joris worden naar het station van Le Roc-Saint-André gebracht. Het detachement van Lt Leroy stapt uit te Auray (Morbihan) en het detachement van Cdt Joris spoort door tot Saint-Nazaire (Loire-Inférieure).
17 juni
Staf/56Li in Frankrijk
Op 17 juni om 13u30 kondigt Maréchal Pétin in een radiotoespraak aan de Franse bevolking de nakende capitulatie van Frankrijk aan. Vanaf dan beginnen de Fransen te onderhandelen met de Duitsers. Een wapenstilstand is niet meer ver af. De Fransen zijn niet meer geneigd om de Belgische inspanningen om de strijd verder te zetten nog te steunen.

Detachement Cdt Joris van II/56Li in Frankrijk
De manschappen van II/56Li belanden na een moeizame tocht via Pontchateau in de stad Saint-Nazaire waar ze om 19u00 toekomen. Een kantonnement wordt ingenomen in het centrum van de stad. De volgende dag begeeft Cdt Joris zich naar de Commandant d'Armes (oftewel Plaatscommandant) van Saint-Nazaire met de vraag welke de opdrachten zijn voor zijn werkbataljon. Hier krijgt hij te horen dat ze eigenlijk pas over 15 dagen verwacht werden en dat er voor het ogenblik geen opdrachten aan het werkbataljon kunnen gegeven worden.

Detachement OLt Goossens van II/56Li in Frankrijk
Het uitsturen van de werkbataljons was slecht voorbereid en de uitvoering van de opdracht liep volledig in het honderd. Het Franse leger was niet in staat de Duitse stormloop te stuiten. De terugkeer van het II/52Li naar zijn respectievelijke hergroeperingszone verliep niet van een leien dakje. Een groot gedeelte van de manschappen werd gevangen genomen en de rest keerde in kleine groepjes terug. Van de 500 uitgestuurde militairen van het II/52Li komen slechts een 300 tal terug, van de compagnie van OLt Goossens II/56Li komt niemand terug.
18 juni
Staf/56Li in Frankrijk
Veel blijft niet meer over van het 56Li, het Iste Bataljon is nooit in Zuid-Frankrijk geraakt en het IIde Bataljon Versterking is gestrand in Saint-Nazaire of gevangen genomen op de terugweg van de Seine naar hun kantonnement. De overgebleven manschappen blijven uiteindelijk zonder opdracht achter in het zuiden van Frankrijk. Het regiment wordt op 18 juni opgeheven bij gebrek aan manschappen.
19 juni
Detachement Cdt Joris van II/56Li in Frankrijk
Om 04u00 wordt het werkbataljon van Cdt Joris nog bevoorraadt door de Franse Intendance maar om 14u00 wordt het II/56Li geconsigneerd in zijn kantonnement en door de Fransen ontwapend. De levensomstandigheden in het kantonnement zijn ver van schitterend waarop de detachementscommandant de Commandant d'Armes vraagt om een ander kantonnement toe te kennen.
21 juni
7Div_Legé.JPG
Pornichet waar II/56Li kantonneert tot ze op 17 juli worden krijgsgevangen genomen
Detachement Cdt Joris van II/56Li in Frankrijk

De manschappen worden overgebracht naar het op 17 juni door de Britten verlaten kamp van Sainte-Marguérite Plage in Pornichet [5] langs de kust op 10 km ten westen van Saint-Nazaire. De Belgen krijgen van de Commandant d'Armes de opdracht te beletten dat het verlaten kamp geplunderd wordt. De volgende dag komen de Duitsers toe in Saint-Nazaire waarna Cdt Jorissen met de Duitse bevelhebber contact opneemt om hem te wijzen op de aanwezigheid van de Belgen. Op 23 juni vertrekt OLt Fierens met 117 man om aan krijgsgevangenschap te ontsnappen. De Duitsers laten de Belgen in Pornichet ongemoeid tot 17 juli waarna ze worden overgebracht naar het Collège Saint-Louis [6] in Saint-Nazaire waar ze worden opgesloten. Op 19 juli worden in dit kamp ook de restanten van het III/18Li en het II/2C, onder leiding van Majoor Vanderghinste, ondergebracht. De manschappen van II/56Li worden door de Duitsers op 10 augustus al terug naar ons land gestuurd. De officieren worden op 6 september naar Duitsland afgevoerd om er te worden gevangen gezet.

Register van Gesneuvelden

Onbekend

VANDEVYVER

Gustaaf, A.

Sdt
Mil
26

12/11/1906

Ronse

16/07

Ronse



Bovenstaande lijst werd opgemaakt aan de hand van het bestand der gesneuvelden van de Achttiendaagse Veldtocht van het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie, aangevuld met zorgvuldig getoetste gegevens uit personeelsdossiers van de Sectie Administratieve Expertise - Ondersectie Notariaat van Defensie, het steekkaartenbestand van het IV-NIOOO en enkele overlijdensakten op bel-memorial.org. Meer informatie over het bestand der gesneuvelden vindt U op de pagina Aanpak en Achtergrond. Geverifieerde aanvullingen en correcties bij deze lijst zijn van harte welkom op 18daagseveldtocht@gmail.com

Bibliografie en Bronnen

1.
Archief 56ste Linieregiment, Centrum voor Historische Documentatie van Defensie, Evere.
2.
Synthese TRI, Centrum voor Historische Documentatie van Defensie, Evere.
3.
Cammaert, M., 1994, De geschiedenis van het 6 linieregiment, [n.p]: vzw 6 Linie.
4.
Jamart, J. 1994, L'armée belge de France en 1940, Bastenaken: Schmitz.
5.
Het betreft een voormalige vakantiekolonie die in 1939 door de Franse staat werd aangeslagen voor het onderbrengen van uit Spanje gevluchte weeskinderen. Later werd het kamp ter beschikking gesteld van Britse militairen.
6.
Het Collège Saint-Louis te Saint-Nazaire werd in 1939 ter beschikking gesteld voor de opvang van Britse militairen van de RAF die in de regio ontscheepten tijdens de Schemeroorlog en de gebouwen gebruiken als kazerne. [On Line Beschikbaar]: http://www.lelancastria.com/index.php/fr/temoins-francais/100-m-barbin [Laatst geraadpleegd op 22 oktober 2017]. Op 17 juni 1940 verlieten de Britten Saint-Nazaire. Het college werd overgenomen door de Duitsers die er krijgsgevangenen in onderbrachten. De exodus van de Britten kadert in de "Operation Ariel" vergelijkbaar met de "Operation Dynamo" in Duinkerke. In Saint-Nazaire loopt het desastreus af. De HMS Lancastria met meer dan 7.000 personen aan boord wordt gebombardeerd en zinkt. Er zijn slechts 2.700 overlevenden [On Line Beschikbaar]:
https://www.cnrs-scrn.org/northern_mariner/vol20/tnm_20_407-418.pdf [Laatst geraadpleegd op 22 oktober 2017].