5Cy.jpg5de Regiment Karabiniers-Wielrijders (5Cy)

5e Régiment de Carabiniers-Cyclistes (5Cy)

Overzicht op 10 mei 1940

Type
Versterkings- en Opleidingsregiment
Ontdubbeld van
1ste Regiment Karabiniers-Wielrijders
2de Regiment Karabiniers-Wielrijders
Onderdeel van
Versterkings- en Opleidingscentrum Lichte Troepen
Bevelhebber
Luitenant-kolonel F. Genonceaux
Standplaats
Kazerne Hertog van Brabant, Kruidtuinlaan, Brussel
Kazerne Michotte, Parkstraat (toenmalig) Nr 166, te Leuven
Samenstelling
I Bataljon Instructie
(Kapitein-commandant E. Garnir)
1ste Compagnie Fuseliers (Lt A. Godenne)
2de Compagnie Fuseliers (Lt J. Christoph)
3de Compagnie Mitrailleurs (Kapt G. Pirot)

II Bataljon Instructie
(Kapitein-commandant N. Hutois)
4de Compagnie Fuseliers (Lt H. Schmitz)
5de Compagnie Fuseliers (Lt F. Bonmariage)
6de Compagnie Mitrailleurs (Lt V. Colette)

III Bataljon Versterking
(Kapitein-commandant L. Demonceau)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt A. Bruyer)
8ste Compagnie Fuseliers (Cdt F. Cammaerts)
9de Compagnie Mitrailleurs (Lt R. Poncelet)

Compagnie Versterking- en Instructie C47 anti-tankkanonnen (Lt A. Van Acker)

Schoolcompagnie (Cdt H. Dubuisson)

Compagnie Diensten (Cdt C. Bauters)

18-Daagse Veldtocht

Datum
Belangrijkste Gebeurtenissen

Staf/5Cy
In normale omstandigheden stonden de verschillende regimenten van het actieve leger zelf in voor de opleiding van hun nieuwe miliciens. Omdat dit moeilijk lag voor de reeds gemobiliseerde regimenten, die zich al op hun gevechtsstellingen bevonden, werd de laatst opgeroepen lichting dienstplichtigen samengebracht in Versterkings- en Opleidingscentra (VOC's). De eerste miliciens van de klas 40 werden vanaf februari 1940 onder de wapens geroepen en vervoegden in maart de Bataljons Instructie van hun respectievelijke Versterkings- en Opleidingsregimenten.

Het 5de Regiment Karabiniers-Wielrijders (5Cy) wordt opgericht op 10 februari 1940 in de Kazerne Hertog van Brabant aan de Kruidtuinlaan te Brussel (het oud hospitaal Saint-Jean werd gebruikt als kazerne vanaf 1935). Het 5Cy staat in voor de opvang en opleiding van niet-getrainde rekruten en van mobilisatie vrijgestelde reservisten van de verschillende regimenten Karabiniers-Wielrijders (1Cy, 2Cy, en hun ontdubbelingsregimenten 3Cy en 4Cy). Het regiment beschikt op 09 mei over een Staf, twee bataljons instructie met de rekruten van de klas 40, een Schoolcompagnie en een Compagnie Diensten. De Schoolcompagnie werd samengesteld uit de Schoolcompagnies van 1Cy en 2Cy en stond in voor de opleiding van kandidaat reserveofficieren en kandidaat reserveonderofficieren van de lichting '40, nog aangevuld met de leerlingen van de cadettenschool van Saffraanberg wanneer deze bij de afkondiging van het algemeen alarm ontbonden zal worden.

Het kaderpersoneel is een samenraapsel van oudere beroeps- en dienstplichtige officieren en onderofficieren van de actieve regimenten. De twee bataljons instructie van het 5Cy worden op 10 februari meteen opgericht. De rekruten van de klas 40 die op dat ogenblik in dienst zijn, worden uit hun reguliere regimenten gehaald en ondergebracht bij deze bataljons. Het 5Cy heeft slechts een beperkte uitrusting. Zo beschikt het regiment maar over 800 fietsen, net genoeg voor de helft van de manschappen.

III/5Cy
Het IIIde Bataljon Versterking (III/5Cy), dat moest instaan voor de opvang van oudere reservisten en vrijgestelden, bestond enkel uit kader en zou pas aangevuld worden met manschappen na de afkondiging van de algemene mobilisatie. In afwachting van de algemene mobilisatie worden de compagnies versterking op non-actief geplaatst. De kern van het IIIde Bataljon verblijft niet te in de Kazerne Hertog van Brabant te Brussel maar heeft zijn standplaats in de Kazerne Michotte aan de Parkstraat 166 te Leuven. Aan de vooravond van de Duitse inval bevonden volgende militairen zich in de eenheid:
  • Kapitein-commanant Demonceau, bevelhebber
  • Adjudant Carlier, boekhouder
  • Sergeant Joris, hulpboekhouder
  • Eerste Sergeant Heinemann, chef van het mobilisatiebureel
  • Sergeant Boussy, chef magazijnier
  • 14 korporaals, waaronder een brievenbesteller en Korporaal Lombaerts, chef kazernering
  • 15 manschappen, allen magazijniers
10mei.jpg
5Cy_Kazerne Michotte.JPG
Naoorlogse foto van de Michottekazerne aan de Parkstraat waar III/5Cy mobiliseerde
Staf/5Cy

Het gros van het regiment verblijft tot 10 mei in de kazerne Hertog van Brabant te Brussel. Het 5Cy ontvangt er rond 01u00 het bevel zich klaar te maken om bij het aanbreken van de dag op 10 mei een vooraf verkend alarmkantonnement in te nemen in Dilbeek aan de rand van Brussel. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moeten de Versterkings- en Opleidingsregimenten van het VOC/LT zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen.

Om 06u00 wordt naar aanleiding van de Duitse inval de algemene mobilisatie afgekondigd waardoor de oudere reservisten en vrijgestelden worden opgeroepen om het regiment te vervoegen. Het gaat hier om militairen die omwille van een vrijstelling in de loop van de tweede helft van 1939 terug naar huis gestuurd werden, of nog niet onder de wapens waren geroepen. Het IIIde Bataljon Versterking wordt dan ook geactiveerd en de eerste vrijgestelde reservisten beginnen toe te komen.

Eveneens om 06u00 wordt het bevel gegeven om, zoals voorzien in het mobilisatieplan, uit te wijken naar de oorlogskantonnenmenten die zich in diverse kleinere dorpen en steden van Oost- en West-Vlaanderen bevinden. Het mobilisatieplan voorzag dat elke eenheid van de VOC's bij een vijandelijke inval zou uitwijken naar een oorlogskantonnement, ver verwijderd van de vijandelijkheden, om de opleiding in relatieve rust te kunnen voortzetten. Het voorziene oorlogskantonnement voor het 5Cy is de streek van Waasmunster. Gedurende de rest van de dag maakt het regiment zich dan ook klaar voor de verplaatsing naar zijn oorlogskantonnement in Oost-Vlaanderen.

III/5Cy
Kapitein-commandant Demonceau wordt om 02u30 door het provinciecommandant gealarmeerd en start met de mobilisatie van zijn bataljon. Rond 06u00 vertrekt een detachement naar het station van Leuven om de hier toekomende reservisten op te vangen. Demonceau vraagt aan de stationchef van Leuven om drie gesloten goederenwagons klaar te houden voor het transport van zijn overtollig materieel naar Waasmunster. Hij stuurt tevens 1Sgt Heinemann naar de kazerne van de Rijkswacht aan de Dagobertstraat om assistentie te verkrijgen voor de opeising van de drie voorziene vrachtwagens. Heinemann vertrekt met een Rijkswachter naar de drie adressen te Leuven waar de vrachtwagens opgehaald moeten worden, maar de woningen blijken telkens leeg te staan. De bewoners zijn reeds vertrokken en de vrachtwagens zijn nergens te bespeuren.

Tegen het midden van de voormiddag zijn slechts 26 reservisten aangekomen in het station. De Duitse luchtaanval op de Tiensesteenweg en de Tiensepoort heeft het treinverkeer onderbroken. De overige reservisten worden dan maar direct opgevangen in de gebouwen aan de Parkstraat. Ook het plan om het overtollige materieel per spoor te evacueren, wordt opgeheven. Luitenant Cornet komt als eerste reserveofficier toe.
11mei.jpg
Staf/5Cy
Het 5Cy vertrekt naar zijn voorziene standplaats te Waasmunster. Alle motorvoertuigen worden de baan op gestuurd, samen met de manschappen die over een fiets beschikken. De ongeveer vijfhonderd manschappen die zich te voet dienen te verplaatsen worden in het Josaphatstation te Schaarbeek aan boord van een goederentrein geladen en rijden met de trein naar Waasmunster.

III/5Cy
Aan het begin van de tweede oorlogsdag beschikt het bataljon over een honderdtal militairen. 1ste Sergeant Heinemann wordt opnieuw uitgestuurd naar de Rijkswacht die hem in zijn zoektocht naar de nodige vrachtwagens naar het stadhuis verwijst. Het stadsbestuur stuurt hem terug naar de Dagobertstraat waar de Rijkswachters hem vertellen dat het bataljon maar voorbijrijdende vrachtwagens dient tegen te houden voor opeising. Leuven is dan echter reeds grotendeels verlaten en er wordt vruchteloos gezocht naar vervoersmiddelen.

De Rijkswachters verlaten hun brigade aan de Dagobertstraat in de loop van de voormiddag. De plaatscommandant van Leuven laat weten dat de Duitsers op het punt staan om de stad binnen de vallen en vraagt om het bataljon onmiddellijk te laten afreizen. Dit bericht is erg voorbarig. De vijand zal pas op 15 mei de stad naderen. Luitenant Cornet vertrekt te met de aanwezige reservisten te voet naar de Brusselsesteenweg met als opdracht een station uit te kiezen op de spoorlijn Leuven-Brussel om alzo per trein Waasmunster te vervoegen. Aan de Parkstraat passeert dan toch een vrachtwagen die prompt in militaire dienst geplaatst wordt door Kapitein-commandant Demonceau. Het gaat om de Chevrolet vrachtwagen van Georges Goffart uit te Bogaardenstraat. Hij laat de bagage van de overgebleven manschappen opladen, als ook het zilverwerk van de mess officieren van het 2de Regiment Cyclisten. De rest van de uitrusting blijft achter onder bewaking van Sergeant Boussy en een handvol manschappen. Demonceau belooft een vrachtwagen terug te sturen naar Leuven bij zijn aankomst te Waasmunster.
12mei.jpg
Staf/5Cy
Het regiment maakt plannen om de opleiding van zijn militairen te hervatten. De staf krijgt in tegenstelling tot de andere Versterkings-en Opleidingsregimenten een waarschuwingsorder dat ze naar Frankrijk zullen moeten vertrekken. Het vroegtijdig lekken van het plan om naar Frankrijk te verhuizen ligt waarschijnlijk bij het feit dat de Staf van het VOC/LT zich in buurt bevond van het HK/TRI. Het 5Cy zal van deze voorkennis gebruik maken om de reis naar Frankrijk tijdig voor te bereiden.

III/5Cy
Bij dageraad bereikt de vrachtwagen met Kapitein-commandant Demonceau het regiment te Waasmunster. Het voertuig wordt uitgeladen en Demonceau rijdt met twee vrachtwagens terug naar Leuven. De tocht verloopt vlot en tijdens de namiddag een deel van het materieel ingeladen. Er ligt echter nog een hele hoop uitrusting te Leuven zodat bij aankomst te Waasmunster één van de vrachtwagens opnieuw teruggestuurd wordt. Sergeant Boussy, de korporaal Lombaerts, Gerard en Cloes en Soldaat Badet blijven achter bij het materieel te Leuven.
13mei.jpg
Staf/5Cy
Het Groot Hoofdkwartier (GHK) bevestigd nu officieel dat rekruten van de klas '40 die nog moeten worden opgeleid naar Frankrijk zullen worden doorgestuurd om daar hun opleiding te vervolledigen. Door de snelle opmars van de Duitsers was het voor het GHK snel duidelijk dat de verdere opleiding enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Alle eenheden van de VOC's die niet ingezet werden voor de beveiliging van Brussel ontvangen de 13 mei om 14u00 het schriftelijk bevel van hun VOC om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste Wereldoorlog gebeurde. Het overbrengen van de versterkingsbataljons naar Frankrijk was echter een minder goed idee want eens de bataljons naar Frankrijk geëvacueerd, konden ze niet meer instaan om de verliezen geleden door de regimenten tijdens de Achttiendaagse veldtocht terug aan te vullen.

De verplaatsing naar Frankrijk was totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moesten de commandanten van de respectievelijke VOC's zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7 Franse Leger van generaal Giraud naar Zeeland hadden gebracht. Het bevel om de Versterkings- en Opleidingsregimenten naar Frankrijk te evacueren kwam echter geen dag te vroeg want de 13de mei om 16u00 steken de Duitsers de Maas over te Sedan en beginnen hun opmars naar de Atlantische kust met als opzet zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen. Het 5Cy gaat op zoek naar de nodige transportmiddelen voor de evacuatie van het regiment uit het Waasmunster.

De stationchef van Waasmunster duidt een treinstel aan dat op dat ogenblik nog munitie voor het Franse 7de Leger bevat. Twee van de wagons zijn al uitgeladen, maar de Franse militairen hebben een pauze ingelast om de manschappen te laten uitrusten. Kaptein-commandant Garnir van het Iste bataljon wordt aangeduid als treincommandant en wil zijn manschappen laten helpen bij het verder uitladen van de trein. De Fransen weigeren echter alle hulp zodat Garnier alleen kan starten met het laten vullen van de lege wagons.


III/5Cy
Luitenant Cornet en zijn detachement bereiken nu ook Waasmunster. De militairen zijn te voet van Leuven naar Jette gemarcheerd en hebben hier de trein naar het oorlogskantonnement van het regiment kunnen nemen. Er wordt nog twee keer over-en-weer gereden naar Leuven, maar dan worden de pogingen om het materieel uit Leuven te recupereren opgeheven. Korporaal Lombaerts sluit de deuren van het depot, maar kan maar kan zowel op het stadhuis als op het militaire plaatscommando niemand meer vinden door de overgave van het kwartier.

Kapitein-commandant Demonceau gaat te Waasmunster eindelijk over tot de samenstelling van zijn bataljon. Luitenant Cornet wordt de adjunct van de commandant. Adjudant Carlier wordt tweede adjunct. De 7de, 8ste en 9de compagnies komen onder het bevel te staan van respectievelijk Kapitein-commandant Bruyer, Kapitein-commandant Cammaerts en Luitenant Poncelet.
14mei.jpg
Staf/5Cy
Het regiment bevindt zich nog te Waasmunster en is nog steeds in de weer met het laden van de Franse munitietrein. Aangezien de trein die zich in Waasmunster bevindt niet groot genoeg is om het volledige regiment mee te vervoeren neemt Luitenant-kolonel Genonceaux de beslissing het regiment in drie detachementen op te delen:
  • Een eerste detachement "wielrijders te voet" bestaande uit III/5Cy en de militairen zonder fiets van I/5Cy en II/5Cy zal in Waasmunster op de trein stappen van zodra die klaar is.
  • Het tweede detachement "wielrijders per fiets", onder bevel van Cdt Hutoit, omvat de militairen van I/5Cy en II/5Cy die over een fiets beschikken, de Schoolcompagnie en de Compagnie Diensten met zijn rijtuigen. Dit detachement zal wachten in Waasmunster tot er een tweede trein beschikbaar is.
  • Een derde detachement omvat alle motorrijtuigen van de staf die Frankrijk zullen vervoegen langs de baan.

Detachement wielrijders te voet/5Cy
De manschappen te voet vertrekken die dag nog om 18u00 van uit het station Waasmunster. Het detachement wordt bevolen door Cdt Garnir, commandant van I/5Cy. Het treinstel zet aanvankelijk koers naar Sint-Niklaas.
15mei.jpg
Staf/5Cy
De bestemming van het 5Cy wordt het stadje Lunel nabij Montpellier in het uiterste zuiden van Frankrijk.

Detachement wielrijders per fiets/5Cy
De achterblijvers krijgen te horen dat er geen tweede trein naar Waasmunster meer gestuurd zal worden. De 15de mei 's avonds komt vanuit Adinkerke een bericht van de Staf VOC/LT dat het detachement wielrijders per fiets de volgende ochtend een trein kan nemen in Zele. Diezelfde nacht nog verplaatst het detachement wielrijders per fiets, ook wel de 'Groupe Vélo' genoemd, zich naar Zele.


Detachement wielrijders te voet/5Cy
Het treinstel bereikt Gent tijdens de tweede helft van de nacht. De manschappen die over een persoonlijk wapen beschikken - ongeveer de helft van het detachement - krijgen hier een kleine dotatie munitie. Vervolgens rijdt de trein verder via Torhout en Kortrijk naar Lichtervelde.
16mei.jpg
Staf/5Cy
Nadat het detachement wielrijders per fiets in de vroege ochtend per trein uit Zele vertrokken is, verlaat de colonne motorvoertuigen van de staf Waasmunster en zet koers naar Adinkerke waar ze hopen contact op te nemen met de tweede trein. De voertuigen komen rond 18u00 aan in Adinkerke maar worden door de Staf VOC/LT onmiddellijk doorgestuurd naar Duinkerken om er op een trein geladen te worden.

Detachement wielrijders per fiets/5Cy
De wielrijders worden tijdens de nacht van 15 op 16 mei te Zele aan boord van een trein geladen. De eerste bestemming van de trein wordt de grensgemeente Adinkerke.
17mei.jpg
Staf/5Cy in Frankrijk
Eens aangekomen in Duinkerke blijkt er geen enkele trein meer beschikbaar te zijn om de voertuigen van de staf mee te nemen naar het zuiden. LtKol Genonceaux krijgt van de Franse militaire autoriteiten opdracht om met zijn personeel te kantonneren in Bourbourg een 18 tal kilometer ten zuidoosten van Duinkerke. De motorvoertuigen rijden van Duinkerke naar Bourbourg en nemen er hun kantonnement in.

Detachement wielrijders te voet/5Cy
De trein is de Franse grens kunnen oversteken en wacht de ganse dag te Tourcoing op een treinpad naar het zuiden. Uiteindelijk wordt doorgereden naar Calais.
18mei.jpg
Detachement wielrijders per fiets/5Cy in Frankrijk
De trein met het Detachement wielrijders per fiets/5Cy komt om 10u00 toe te Duinkerke waar het detachement door de Franse autoriteiten wordt tegengehouden. De bevelhebber Kapitein-commandant Hutoit krijgt bevel de trein te ontladen waarop hij besluit om per fiets verder te reizen naar Bourbourg waar zich de staf bevindt. De wielrijders vervoegen tegen de avond de motorcolonne te Bourbourg. De colonne motorvoertuigen zal vanaf nu samen verder reizen met het detachement wielrijders per fiets.

Detachement wielrijders te voet/5Cy
De trein trekt door Frankrijk aan een tergend traag tempo. Vanuit Waasmunster zijn ze doorgereisd via Gent naar Brugge, Kortrijk, Roeselare, Saint-Omer om uiteindelijk in Calais toe te komen. De bevoorrading is amper voldoende en de manschappen ondergaan de verschrikkelijke treinreis. Na een oponthoud van enkele uren rijdt de trein door naar Caffiers. Hier wordt overnacht.
19mei.jpg
Staf en Detachement wielrijders per fiets/5Cy
De regimentscommandant krijgt de opdracht van de Fransen om Bourbourg zo snel mogelijk te evacueren en zich naar Abbeville op de Somme te begeven. Wanneer ze om 19u00 in deze stad toekomen worden ze door de Fransen onmiddellijk doorgestuurd met de opdracht ten zuiden van de Somme een nieuwe kantonnementsplaats te zoeken. De motorvoertuigen en wielrijders verplaatsen zich naar het gehucht Huppy ten zuidwesten van Abbeville en slagen er zo in om uit de greep van de Duitsers te blijven. De wielrijders die zich per fiets verplaatsten hebben die dag 150 kilometer afgelegd tussen Bourbourg ten zuiden van Duinkerke en Huppy ten zuiden van de Somme.

Detachement wielrijders te voet/5Cy
Na overnachting te Caffiers bereikt de trein het station van Boulogne. Hier moet weer lang gewacht worden alvorens verder te kunnen rijden. Uiteindelijk dirigeren de Franse spoorwegen het treinstel naar Noyelle-sur-Mer.
20mei.jpg
5Cy_Abbeville_Noyelle(2).JPG
Monding van de Somme tussen Abbeville en Saint-Valéry-sur-Somme
Staf en Detachement wielrijders per fiets/5Cy in Frankrijk

De motorvoertuigen en wielrijders bereiken Criqueboeuf-sur-Seine waar een rustpauze wordt ingelast.

Detachement wielrijders te voet/5Cy in Frankrijk
Intussen komt de trein met het Detachement wielrijders te voet/5Cy met grote moeite en veel oponthoud aan te Noyelle-sur-Mer. Hier staan op dag ogenblik nog vier andere Belgische treinstellen, waaronder een met burgervluchtelingen. Terwijl de Belgische treinen tegengehouden worden, rijden twee stellen met Frans geniematerieel voorbij in de richting van Abbeville.

Na vijf dagen vastgezeten te hebben op het Noord-Franse spoornetwerk is dit detachement er nog niet in geslaagd Abbeville te bereiken. Abbeville is een spoorwegenknooppunt waar de Somme per spoor kan worden overgestoken en van waaruit twee spoorlijnen richting zuiden vertrekken, één richting Le Tréport, een tweede richting Amiens. De Fransen houden de trein tegen onder het voorwendsel dat de sporen door bombardementen vernield zijn. Wanneer Cdt Garnir per moto een verkenning uitvoert en er zich van vergewist dat de sporen nog intact zijn, krijgt hij de toelating verder te rijden richting Abbeville. Het 5Cy volgt dan een treinstel van het 53ste Linieregiment.

Ter hoogte van de spoorwegovergang van Grand-Laviers, op 3 kilometer van Abbeville, moet de trein halt houden om een colonne Franse militairen door te laten. Uiteindelijk wordt Abbeville bereikt om 19u00.

Ook de vijand is dan echter reeds in Abbeville en wanneer de trein de brug over de Somme passeert en nog slechts 300 meter van het station van Abbeville (het station van Abbeville ligt op de zuidelijke oever van de Somme) verwijderd is, vallen de Belgen onder Duits mitrailleurvuur. Cdt Garnir laat zijn manschappen uitstijgen en dekking zoeken achter de spoorwegbedding. Wanneer de Duitsers de trein proberen te naderen wordt het vuur geopend waardoor de vijand dekking dient te zoeken in een nabijgelegen huizenrij. Tijdens het vuurgevecht sneuvelen de Korporaal Pettens en de Soldaat Macquet. Er vallen ook nog enkele gewonden te betreuren. Gebruik makend van de verwarring probeert Cdt Garnir te ontkomen door de trein rechtsomkeer te laten maken richting Le Tréport (havenstad ten zuiden van Abbeville). Helaas is de seinwachter die de wissel moet verzetten omgekomen tijdens het vuurgevecht. Aangezien de wissel niet verzet kan worden, zit er niets anders op dan terug te sporen naar Noyelles-sur-Mer. De gesneuvelde militairen en de gewonden worden meegenomen.

In de nacht van 20 op 21 mei komt de trein kort voor 23u00 opnieuw aan in het station van Noyelle-sur-Mer waar het treinstel komt vast te zitten. Cdt Garnir beslist dat er in de trein gekantonneerd zal worden en dat de manschappen hun uitrusting en hun bewapening moeten bij de hand hebben. Aan het station worden drie beveiligingspelotons uitgezet die de toegangen naar het station beveiligen. Het peloton van OLt Ledent van de 1Cie beveiligt de weg naar Abbeville, het peloton van de OLt Beckers van de 7Cie beveiligt de verbindingsweg tussen de weg naar Abbeville en de weg naar Nouvions, Lt Nihan van de 6Cie beveiligt de weg naar Nouvions. De pelotons krijgen de opdracht geïsoleerde elementen tegen te houden en de rest van het regiment te verwittigen wanneer tanks de stad naderen. De wielrijders graven zich snel in, leggen chicanes aan en wachten af.
21mei.jpg
62Li_overzicht_Duitse_opmars.jpg
Duitse opmars van 16 tot 21 mei 1940
Staf/5Cy in Frankrijk

In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelles-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken heel wat Belgische en geallieerde eenheden ingesloten door de Duitsers. Door vertragingen onderweg naar het zuiden van Frankrijk wordt uiteindelijk hun terugtocht afgesneden. De colonne motorvoertuigen en het detachement wielrijders per fiets blijven die dag te Criqueboeuf-sur-Seine waar ze buiten bereik zijn van de Duitsers. De Duitse divisies zullen zich in eerste prioriteit bekommeren om de ingesloten troepen te neutraliseren vooraleer verder zuidwaarts te trekken.

Detachement wielrijders te voet/5Cy in Frankrijk
Omstreeks 02u00 duiken Duitse infanteristen op nabij het station van Noyelles. De manschappen van het peloton Ledent openen het vuur en beletten de vijand de doorgang. Bij het vuurgevecht sneuvelt Soldaat Derreumaux evenals een Duitse militair en wordt de Soldaat Dobbeleer ernstig verwond. Hij wordt door de Duitsers afgevoerd naar het hospitaal van Saint-Riquier waar hij de dag nadien overlijdt aan zijn verwondingen. Het peloton van OLt Ledent, volledig samengesteld uit rekruten van de lichting '40, wordt gevangen genomen.

Het peloton Beckers dat werd ondersteund door enkele Fransen slaagt erin de Duitse infiltratie te stoppen zonder verliezen te lijden. Een estafette wordt uitgestuurd naar het station van Noyelles om Cdt Garnir, die er zijn CP had opgesteld, te verwittigen van de komst van de Duitsers. Het peloton Beckers kan het gevecht afbreken en het gros van 5Cy vervoegen. Gealarmeerd door de schoten bij de andere beveiligingsposten nemen de manschappen van het peloton Nihan hun stellingen in. Bij contact met de Duitse voorhoede sneuvelt de Korporaal Leruth achter zijn MG. Het peloton raakt ingesloten en wordt op één man na krijgsgevangen genomen..

Even later naderen enkele vijandelijke pantservoertuigen het station en nemen de trein onder vuur. Bij de gevechten in Noyelle sneuvelt ook nog de Sergeant Reuter. Door het kordaat optreden van de uitgezette schildwachten kon de trein op tijd geëvacueerd worden. Cdt Garnir stuurt zijn manschappen langs de oevers van de Somme richting Saint-Valéry. Om te kunnen ontsnappen aan de alomtegenwoordige Duitsers wordt besloten het detachement op te splitsen en in kleine groepjes die elk afzonderlijk zullen proberen de Somme over te steken en het verzamelpunt le Tréport te bereiken.

Deze wanhoopsmissie zal slechts ten dele slagen. Een honderdtal man van het detachement wielrijders te voet wordt gevangen genomen. Daar waar het grootste gedeelte van het detachement erin slaagt de brug over de Somme in Noyelle te gebruiken vooraleer de Duitsers de brug bezetten, raken enkele detachementen afgesneden van het gros van 5Cy. Ter illustratie het wedervaren van Cdt Bruyer en de 7Cie. Wanneer de 7Cie bij de brug van Noyelle toekomt is deze reeds bezet door de vijand. Cdt Bruyer trekt verder langs het estuarium van de Somme in de hoop per boot overgezet te kunnen worden, helaas zijn alle boten reeds in beslag genomen door terugtrekkende Franse militairen. Aangezien het reeds laag tij was besluit hij met zijn drie pelotons het estuarium te voet over te steken, hierbij geholpen door een lokale gids. Na een tocht van zes kilometer door het wad bereikt de 7Cie de zuidelijk oever en kunnen zij hun tocht naar het zuiden verderzetten.

Kapitein-commandant Garnir komt zelf aan op het stationsplein te Tréport in de vroege namiddag en dirigeert van hier uit zijn militairen naar Dieppe in de hoop daar een trein naar Rouen te kunnen vinden. Het personeel dat tijdig Dieppe bereikt wordt om 19u01 aan boord van een reguliere trein naar Rouen geplaatst, alhoewel Garnir er op staat dat wie nog over een fiets beschikt zelf zijn weg naar het zuiden moet voortzetten.
22mei.jpg
CRAB_caserne Tallendier.jpg
Tallendierkazerne waar de groepjes militairen van het detachement te voet hergroeperen
Staf en Detachement wielrijders per fiets/5Cy in Frankrijk

De motorvoertuigen en het detachement wielrijders rijden verder naar Bretoncelles.

Detachement wielrijders te voet/5Cy in Frankrijk
Bij het overschrijden van de Somme in Saint-Valery komt de Soldaat Ninin om het leven.

De Franse stad Rouen wordt aangeduid als eerste doorgangspunt op de tocht naar het zuiden voor de Belgische militairen die aan de omsingeling konden ontsnappen. Deze militairen zullen zo goed als mogelijk gehergroepeerd worden in de Tallendier kazerne in Petit-Quevilly nabij Rouen. Vanuit deze kazerne vertrekken regelmatig treinen naar Montpellier met jongeren van de rekruteringsreserve. Gedurende de komende tien dagen worden kleine groepjes ontsnapte Karabiniers-Wielrijders doorgestuurd naar Lunel.
23mei.jpg

24mei.jpg
Staf en Detachement wielrijders per fiets/5Cy in Frankrijk
De motorvoertuigen en het detachement wielrijders per fiets bereiken Vouvray.
25mei.jpg

26mei.jpg
Staf en Detachement wielrijders per fiets/5Cy in Frankrijk
De motorvoertuigen en het detachement wielrijders per fiets bereiken Sainte-Marie-Noyant.
27mei.jpg
Detachement wielrijders te voet/5Cy in Frankrijk
Te Lunel zijn genoeg ontvluchte militairen uit Noyelles toegekomen om met een reorganisatie van dit detachement te starten.
28mei.jpg
Staf en Detachement wielrijders per fiets/5Cy in Frankrijk
Het veldleger in Vlaanderen capituleert maar de naar Frankrijk gestuurde troepen blijven buiten het capitulatieakkoord en voor hen zal de oorlog verder duren. De motorvoertuigen en de wielrijders zullen de rest van de reis per trein afleggen. De autocolonne wordt te Poitiers aan boord van een trein geladen. De manschappen stijgen in te Sainte-Marie-Noyant.
29 mei
Staf/5Cy in Frankrijk
De treinstellen komen aan te Montpellier hun eindbestemming. De motorvoertuigen en manschappen worden uitgeladen en trekken over de baan verder tot Lunel. Eind mei heeft het 5Cy weer voldoende manschappen om de opleiding opnieuw aan te vatten. Er wordt een Bataljon Rekruten en een Compagnie Reservisten samengesteld die elk aan een opleidingscyclus zullen beginnen.
04 juni
Staf/5Cy in Frankrijk
Het Commando van de Versterkings- en Opleidingscentra (HK/TRI) onder bevel van Luitenant-generaal Wibier, is ingegaan op een Frans verzoek om 10.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken ten voordele van de Franse divisies opgesteld in tweede echelon langs de Seine, in Parijs en langs de Marne. In eerste instantie worden de Bataljons Versterking aangeduid voor deze opdracht teneinde de opleiding van de jonge rekruten niet te onderbreken. Op 4 juni wordt aan het VOC/LT initieel gevraagd om een werkbataljon samen te stellen bestaande uit een bataljonsstaf en vier compagnies van 250 militairen, alles te samen 1.100 manschappen. Het 7Mo zal uiteindelijk de opdracht krijgen om het werkbataljon te leiden en samen te stellen. Dit bataljon wordt versterkt door een compagnie van het 5Cy.

III/5Cy in Frankrijk
Het IIIde Bataljon Versterking van 5Cy zal een compagnie van een 250 tal manschappen samenstellen om het V/7Mo te versterken. Deze compagnie staat onder bevel van Cdt Bruyer en vertrekt samen met de rest van V/7Mo naar Suippes op 7 juni 1940.
06 juni
Staf/5Cy in Frankrijk
Op 6 juni vragen de Fransen nog eens 20.000 militairen extra om veldwerken uit te voeren. 16.000 hiervan dienen aangeduid te worden door het HK/TRI. Het HK/TRI ziet zich nu genoodzaakt om ook de Bataljons Instructie met deze opdracht te gelasten. Drie bataljons instructie van VOC/LT worden nu opgevorderd. De Staf/5Cy krijgt nu de opdracht om één werkbataljon van 840 man samen te stellen.
08 juni
I/5Cy en II/5Cy in Frankrijk
Beide bataljons instructie van 5Cy leveren rekruten voor de samenstelling van het werkbataljon van 5Cy dat zal worden bevolen door Cdt Garnir. Op 8 juni wordt het werkbataljon richting Meaux gestuurd, een stad aan de oevers van de Marne ten noordoosten van Parijs in het departement Seine-et-Marne, waar ze op 9 juni toekomen om 22u00. Het bataljon dat over geen enkele richtlijnen beschikt maakt zich klaar om uit te stijgen maar wanneer Cdt Garnir contact opneemt met de Franse troepen ter plaatse blijkt dat het werkbataljon zich aan het front bevindt, amper 4 kilometer achter de voorste Franse linies en een tiental kilometer verwijderd van de vijand. De trein wordt enkele kilometers naar achter gestuurd hetgeen Cdt Garnir toelaat Parijs te contacteren. Hij verneemt dat zijn bataljon zich ver voor de in te richten hoofdverdedigingsstelling bevindt waarna hij meteen nieuwe orders krijgt om zich via Parijs naar het zuidoosten richting Troyes te begeven. De trein passeert Parijs en Versaille om uiteindelijk op 10 juni rond 20u00 halt te houden in Romilly-sur-Seine ten noordwesten van Troyes in het departement Aube. Het bataljon krijgt geen toelating om uit te stappen en gedurende de nacht vertrekt de trein opnieuw ditmaal naar Anglure ten noorden van Romilly-sur-Seine. In deze stad aan de oevers van de Aube wordt de 11de juni om 04u00 uitgestegen.
11 juni
Werkbataljon Garnier/5Cy in Frankrijk
Het werkbataljon wordt onmiddellijk ingezet voor het opwerpen van anti-tank hindernissen op de weg Anglure - Sézanne en langs beide oevers van de Aube. Deze werken worden op 12 juni verdergezet. Op 13 juni worden de manschappen om 02u45 uit hun bed gelicht door een alarmbericht; de Duitsers hebben de Marne overschreden en naderen in snel tempo Anglure. Cdt Garnir neemt de beslissing om de bewapende pelotons (slecht één peloton per compagnie was bewapend) op te stellen op de zuidelijke oever van de Aube, de andere pelotons zochten dekking in de bossen rond Saint-Just-Sauvage dat zich een paar kilometer meer naar het zuiden bevond. Rond het middaguur ondergaat Saint-Just een zwaar luchtbombardement waarbij meerdere militairen van 5Cy omkomen. Onder de gesneuvelden Korporaal De Permentier en de Soldaten Cornelis, Simon, Steensels en Villevoye. Onder leiding van Sergeant Geneesheer Godon helpen de wielrijders de Franse brancardiers met het bergen en verzorgen van de talrijke burgerslachtoffers in Saint-Just-Sauvage. De zwaargewonden worden overgebracht naar Troyes, onder hen, Luitenant Godenne, compagniecommandant van de 1Cie. Hij wordt overgebracht naar het Hôpital Complémentaire de l'Armée (HCA) van Saint-André-les-Vergers, een buitenwijk van Troyes, waar hij overlijdt aan zijn verwondingen. De pelotons die stelling genomen hebben langs de Aude, waaronder het peloton van OLt Tillière trekken zich terug en vervoegen de rest van het bataljon in Saint-Just-Sauvage. Om 18u00 geeft Cdt Garnir het bevel tot de terugtocht, het werkbataljon zal terugplooien via Auxerre en Nevers waar RV gegeven wordt voor eventuele achterblijvers. De terugtocht verloopt moeizaam en vele detachementen worden ingehaald door de vijand. Zo wordt de 5Cie onder bevel van Lt Bonmariage op 16 juni gevangen genomen te Suraçon, 80 kilometer achter de voorste linies van de Duitsers. Het illustreert dat het onmogelijk was om te voet de snel oprukkende gemotoriseerde eenheden van de Duitsers bij te houden, het toont ook aan dat op 16 juni de Franse weerstand al tot nul was herleid.
17 juni
Staf/5Cy in Frankrijk
Het uitsturen van de werkbataljons was slecht voorbereid en de uitvoering van de opdracht liep volledig in het honderd. Het Franse leger was niet in staat de Duitse stormloop te stuiten en al snel moesten de werkbataljons teruggestuurd worden. Daarenboven werd op 17 juni de Franse capitulatie aangekondigd. De terugkeer van de werkbataljons van het VOC/LT verliep niet van een leien dakje. Een gedeelte van de manschappen werd gevangen genomen en de rest keerde in kleine groepjes terug. Uiteindelijk komt van de compagnie van Cdt Bruyer slechts 120 man terug van de 250 uitgezonden militairen. Van het werkbataljon van Cdt Garnir komt ongeveer 350 man terug van de in totaal 840 uitgestuurde manschappen.

Aan het eind van de zomer wordt het regiment ontbonden en stappen de militairen op de trein richting Brussel.

Het regiment moet tijdens de campagne 19 doden en ettelijke gewonden betreuren.

Register van Gesneuvelden

Onbekend

BALAND

Hubert, P.F.

Sdt
Mil


12/10/1920

Seraing

19/05

Guéret (F)


2/I

CORNELIS

Robert, C.

Sdt
Mil
40

21/12/1916

Anderlecht

13/05

Saint-Just-Sauvage (F)

Gedood tijdens luchtbombardement Saint-Just-Sauvage
Onbekend

DE PERMENTIER

Raoul, J.A.

Kpl



02/11/1920

Vorst

13/06

Anglure (F)

Gedood tijdens luchtbombardement Saint-Just-Sauvage
1/I

DERREUMAUX

René, P.L.

Sdt
Mil
40

07/03/1921

Frasnes-Lez-Buissenal

21/05

Noyelles-sur-Mer (F)

Gedood door geweervuur bij beveiligingspost 1Cie
1/I

DOBBELEER

Alphonse, J.

Sdt
Mil
40

24/07/1920

Schaarbeek

22/05

Saint-Riquier (F)

Verwond bij vuurgevecht op 21 mei bij beveiligingspost 1Cie
1/I

GODENNE

Auguste

Lt
Res


06/03/1911

Haren?

13/06

Saint-André-les-Vergers (F)

Comd 1Cie, gewond in Saint-Just, overleden in Frans militair hospitaal
6/II

LERUTH

Joseph, E.G.

Kpl



14/03/1915

Jupille

21/05

Noyelles-sur-Mer (F)

Gedood tijdens vuurgevecht bij beveiligingspost 6Cie
Onbekend

MACQUET

Cyrille, C.J.

Sdt
Mil
27

07/08/1907

La Gleize

21/05

Noyelles-sur-Mer (F)

Gedood tijdens vuurgevecht in station van Abbeville
2/I

NININ

Jean, A.

Sdt
Mil


?

Neufchâteau

22/05

Saint-Valery-sur-Somme (F)

Gedood tijdens poging de Somme over te steken
Onbekend

PETTENS

Jean, V.

Kpl
Mil
36

04/09/1916

Sint-Jans-Molenbeek

21/05

Noyelles-sur-Mer (F)

Gedood tijdens vuurgevecht in station van Abbeville
Onbekend

REUTER

Martin

Sgt



09/11/1914

Retinne

21/05

Noyelles-sur-Mer (F)


5/II

SIMON

Gilbert, E.

Sdt
Mil
40

06/03/1921

Bras

13/06

Anglure (F)

Gedood tijdens luchtbombardement Saint-Just-Sauvage
2/I

STEENSELS

Michel, H.

Sdt
Mil
40

04/11/1920

Brussel

13/06

Anglure (F)

Gedood tijdens luchtbombardement Saint-Just-Sauvage
5/II

VILLEVOYE

Mathieu, J.M.

Sdt
Mil
40

31/03/1919

Dison

13/06

Anglure (F)

Gedood tijdens luchtbombardement Saint-Just-Sauvage
Bovenstaande lijst werd opgemaakt aan de hand van het bestand der gesneuvelden van de Achttiendaagse Veldtocht van het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie, aangevuld met zorgvuldig getoetste gegevens uit personeelsdossiers van de Sectie Administratieve Expertise - Ondersectie Notariaat van Defensie, het steekkaartenbestand van het IV-NIOOO en enkele overlijdensakten op bel-memorial.org. Meer informatie over het bestand der gesneuvelden vindt U op de pagina Aanpak en Achtergrond. Geverifieerde aanvullingen en correcties bij deze lijst zijn van harte welkom op 18daagseveldtocht@gmail.com
5Cy_Sdt_Macquet.jpg



Sdt Macquet



Bibliografie en Bronnen

1.
"L'armée belge de France en 1940", door Jean Jamart Colonel BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne.
2.
Dagboek Kapitein-commandant Demonceau, Centrum voor Historische Documentatie van Defensie, Evere.