Matroos_Marinekorps.jpgMarinekorps

Corps de Marine

Overzicht op 10 mei 1940

Type
Zeestrijdkrachten

Ontdubbeld van
n.v.t.

Onderdeel van
Maritieme Basis

Bevelhebber
Majoor H. Decarpenterie

Standplaats
Oostende

Samenstelling
1ste Smaldeel (Cdt G. Van Strydonck)
Oostende

2de Smaldeel (Lt L. Duchêne)
Zeebrugge

3de Smaldeel (Cdt J. Delstanche)
Antwerpen

Versterkings- en Instructiesmaldeel (Lt Massart)
Oostende

18-Daagse Veldtocht

Datum
Belangrijkste Gebeurtenissen

Marinekorps_Oostende.JPG
Manschappen en onderofficieren van het Marinekorps in januari 1940 aan de kade te Oostende.
Staf/Marinekorps
Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog werd in ons land een kleine zeemacht opgericht onder de benaming "Corps des Torpilleurs et Marins".

In 1927 werd deze formatie echter alweer opgedoekt door een gebrek aan geld en politieke wil om in defensie te investeren. De overgebleven vaartuigen worden gesloopt, van de hand gedaan of overgedragen aan het ministerie van verkeerswezen.

Wanneer het bij het uitbreken van de oorlog tussen het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland eind augustus 1939 blijkt dat alle strijdende legers onmiddellijk overgaan tot het aanleggen van mijnenvelden voor onze kust, besluit de regering tot de activering van het Marinekorps.

Op 15 september 1939 wordt het korps gedeeltelijk gemobiliseerd. Rond een stafgroep van drie officieren (Majoor Decarpenterie, Kapitein-commandant Van den Berg en Luitenant Gonzé) en zes matrozen worden drie smaldelen opgericht. Majoor Decarpenterie was een oudgediende van het "Corps des Torpilleurs et Marins".

Het vinden van de nodige manschappen wordt echter een moeilijke taak. Sinds de militiewet van 1930 zijn zeelieden immers vrijgesteld van militaire dienst. In een eerste fase gaat het Marinekorps dan ook op zoek naar vissers met onbepaald verlof van de militieklassen 30, 29, 28, 27 en 26. Daarnaast wordt ook het Bemanningsdepot opgericht. Deze administratieve eenheid zal een register bijhouden van militairen in actieve dienst of met onbepaald verlof die als zeeman geregistreerd zijn en ten minste twaalf maanden gevaren hebben. Radiotelegrafisten van de 15 jongste klassen krijgen echter te horen dat ze omwille van de noden van de tranmissietroepen bij het landleger niet aan de rol van het bemanningsdepot zullen toegevoegd worden.

1e Smaldeel/Marinekorps (A4, A5, A6, C4, Prince Charles)
Te Oostende krijgt Kapitein-commandant Van Strydonck het bevel over 2 bijkomende officieren en 83 manschappen. Bij de aftandse loodsboten A4 en A6 en de snelboot C4 en het door zijn eigenaar, Dhr Soene uit Kortrijk, spontaan afgestane vaartuig Prince Charles gevoegd. In februari 1940 wordt de het smaldeel uitgebreid met de loodsboot A5. De A4, A5 en A5 zijn drie identieke Mersey class trawlers van de Royal Navy die in 1920 ontdaan van hun bewapening overgedragen werden aan ons land om als loodsvaartuigen te dienen. De schepen worden bij hun indienstname door het Marinekorps uitgerust met een C47 kanon en twee mitrailleurs.

2e Smaldeel/Marinekorps (Voorlopig zonder schepen)
Te Brugge wordt een 2de smaldeel opgericht met een klein aantal manschappen en voorlopig nog zonder vaartuigen.

3e Smaldeel/Marinekorps (Police de la Rade III)
Te Antwerpen wordt onder leiding van Kapitein-commandant Delstanche het 3de smaldeel samengeroepen met 1 bijkomende officier en 35 manschappen. Dit smaldeel krijgt voorlopig slechts één enkel vaartuig toegewezen: de oude patrouilleboot Police de la Rade III.

Tijdens de mobilisatie wordt het Marinekorps bij mondjesmaat uitgebreid met bijkomende manschappen en vaartuigen. Ook wordt het Versterkings- en Instructiesmaldeel opgericht. Het voorziene effectief van 30 officieren, 98 onderofficieren en 513 matrozen wordt echter nooit bereikt. Op 9 mei zijn er bijvoorbeeld slechts 14 officieren, waaronder ook de aalmoezenier. Bovendien houdt men er een beleid op na om aan om de manschappen ten minste elk half jaar te roteren met het veldleger en zo wordt het korps op 1 mei 1940 bijna volledig van nieuwe manschappen voorzien, zodat bij de Duitse inval het gros van onze zeemacht slechts tien dagen in dienst is.

Wel wordt er bijzonder druk gewerkt tijdens de mobilisatie. Meer dan honderdvijftig zeemijnen worden opgespoord. De scheepvaart die de kusthavens in- en uitloopt wordt gecontroleerd en het radiotelefonie- en telegrafieverkeer op zee wordt met behulp van de installaties van Oostende-radio nauw in de gaten gehouden. Ondanks de beperkte middelen slaagt het korps er toch in om elke dag een permanentie op zee met een tweetal vaartuigen te verzekeren.

Door het gebrek aan onmijningscapaciteit worden drijvende zeemijnen vaak gewoon tot zinken gebracht in de hoop dat deze na verzanding geen gevaar voor de visvangst vormen. Een aantal ongevallen met fatale afloop leiden tot openlijke kritiek vanwege de maritieme gemeenschap op de aanpak van het korps.

Anderzijds halt het kleine Marinekorps toch vaak het onderste uit de kan. Eind november 1939 bijvoorbeeld klimmen Luitenant Graré en Matroos De Backer op het staketsel van de haven van Blankenberge om een in een storm losgeraakte zeemijn onschadelijk te maken. De beide militairen ontvangen ter erkenning van deze daad op 12 februari 1940 een ereteken.
10mei.jpg
Marinekorps_1.jpg
Op de schepen van het Marinekorps werd een beperkte bewapening geplaatst.
Staf/Marinekorps
Bij dageraad dropt de Duitse luchtmacht met parachutes magnetische mijnen in de aanvoerroutes naar de havens van Nieuwpoort, Oostende en Zeebrugge. De toegang naar de havens moet worden vrijgemaakt. Wanneer tijdens de ochtend van 10 mei ook het Marinekorps op volle oorlogssterkte wordt gebracht, verhuist de staf en het smaldeel Versterking- en Instructie naar de Marineschool te Oostende. Hier worden de opgeroepen reservisten verwacht. Op het dak van dit gebouw wordt tijdens de loop van de dag één sectie mitrailleurs geplaatst om de nabije luchtverdediging te verzekeren. Er wordt ook gestart met het opeisen van bijkomende vaartuigen.

2e Smaldeel/Marinekorps (Z.8 Theo Nathalie, Z.25 De Ruyter, H.75 Gods Genade, Graaf Visart, Baron de Maere)
Te Zeebrugge speelt zich een gelijkaardige tafereel af. Drie vissersboten met houten romp worden in het Brugse smaldeel opgenomen:
  • de Z.8 Theo Nathalie, een oud vaartuig uit 1911 dat pas in 1928 gemotoriseerd werd en vaart voor rekening van Jozef Vantorre
  • de Z.25 De Ruyter, gebouwd in 1928 en eigendom van de rederij Demeester
  • de H.75 Gods Genade, gebouwd in 1928 en uitgerust met een motor in 1932, en eigendom van Alberic Cattoor

Alleen de De Ruyter en de Gods Genade beschikken over een zender-ontvanger voor zowel radiotelefonie als radiotelegrafie. De oude Theo Nathalie heeft geen communicatieapparatuur aan boord. Het smaldeel plaatst een bemanning op de achtergelaten riviersleepboot Baron de Maere en neemt ook de Zeebrugse zeesleper Graaf Visart over. Dit laatste vaartuig is eigendom van de Zeebrugsche Zeevaartinrichtingen Maatschappij en werd in 1931 in Aberdeen gebouwd. Het is de enige zeesleper die de haven van Zeebrugge rijk is.

Alle vaartuigen zouden eveneens voorzien moeten worden van een C47 anti-tankkanon en twee mitrailleurs, maar het korps krijgt niet genoeg wapens bij mekaar.

3e Smaldeel/Marinekorps (Police de la Rade III)
In Antwerpen wordt onmiddellijk gestart met de opeising van de nodige vaartuigen. Daarnaast vertrekt een detachement van het 3de smaldeel naar de ligplaatsen van de Deense vaartuigen Svava en Gorm. De manschappen dienen op bevel van het Vde Legerkorps de bemanning te gaan arresteren in het kader van de geplande aanhouding op ons grondgebied van alle onderdanen van vijandige naties. De bemanningsleden zullen overgebracht worden naar het interneringskamp in de Citadel van Doornik.
11mei.jpg
Staf/Marinekorps
De beperkte bezetting van het Marinekorps werkt in zijn verschillende garnizoenen aan de voorbereiding van de mobilisatie en de aankomst van het gros van de manschappen.
12mei.jpg
O140_Jeanine_Georgette.jpg
De O.140 Jeanine Georgette net voor WO2 (bron: Vlaams Instituut voor de Zee).
Staf/Marinekorps
De Belgische havens komen onder het bevel van Marinekorps. Majoor Decarpenterie krijgt de haven van Oostende onder zich. Luitenant Graré wordt havencommandant te Zeebrugge. Luitenant
Duchêne neemt het bevel over van de installaties te Brugge. Het personeel komt verder toe en het korps wordt naar best vermogen uitgerust. Tijdens de komende dagen zal de vloot van het Marinekorps aangroeien tot een dertigtal vaartuigen.

1e Smaldeel/Marinekorps (A4, A5, A6, C4, O.140 Jeanine Georgette, O.317 Maurice Roger, O.348 Jan Van Maerlant, R1, R2, Prince Charles)
Het 1ste smaldeel eist drie vissersvaartuigen op:
  • O.140 Jeanine Georgette, een 23m lange houten motortrawler, gebouwd in 1938 en eigendom van reder Rochus Calcoen
  • O.317 Maurice Roger, eveneens een houten motortrawler van 23m lengte, gebouwd in 1931 en eigendom van reder Frans Viane
  • O.348 Jan Van Maerlant, van het zelfde type met een lengte van 23,5m, gebouwd in 1938 en uitgebaat door reder Louis Decreton

Waarom precies deze drie vaartuigen uitgekozen werden, heeft allicht te maken de aanwezigheid aan boord van een voor die tijd nog eerde zeldzame zender-ontvanger voor zowel radiotelefonie als radiotelegrafie. De bedoeling is dat de Franse marine deze vaartuigen uitrust als mijnenvegers.

Daarbovenop komen twee kleine snelboten, de R1 en R2, om over zee neergeschoten piloten te kunnen opvissen. Het 1e Smaldeel wordt hiermee verdubbeld naar tien vaartuigen.

2e Smaldeel/Marinekorps (Z.8 Theo Nathalie, Z.25 De Ruyter, H.75 Gods Genade, Graaf Visart, Baron de Maere)
Te Zeebrugge wordt het bevel over het 2de smaldeel overgedragen aan Luitenant Seron. Dit smaldeel telt nu 96 manschappen. Het 2de smaldeel schiet de binnenvaart-tanker Jura de Basel ter hulp nadat dit schip op een magnetische mijn loopt, maar ze kunnen alleen de schipper redden voor het vaartuig zinkt.

3e Smaldeel/Marinekorps (Police de la Rade III, Brabo1, Brabo2, Brabo3, Tolwacht, Restless, La Prairie)
Het 3de smaldeel ontvangt de loodstenders Brabo 1, 2 en 3, het douanevaartuig Tolwacht en tenslotte eist twee pleziervaartuigen op: de Restless en de La Prairie.
13mei.jpg
Marinekorps_Patrouilleboot.JPGStaf/Marinekorps
Te Oostende worden het visserijwachtschip Zinnia en de Marineschool aangevallen vanuit de lucht waarbij een Stuka in zee stort.

2e Smaldeel/Marinekorps (Z.8 Theo Nathalie, Z.25 De Ruyter, H.75 Gods Genade, Graaf Visart, Baron de Maere, Aloha)
Het 2de smaldeel rukt opnieuw uit om op de rede van Zeebrugge de bemanning van het zinkende Italiaanse vrachtschip Foscolo aan land te brengen.

Eveneens te Zeebrugge wordt het motorjacht Aloha opgeëist om als commandovaartuig voor de staf van het Marinekorps te dienen. Dit vaartuig had een eerder verleden bij onze krijgsmacht en was een door zijn nieuwe eigenaar baron de Lannoy omgebouwde torpedoboot van onze laatste oorlogsmarine uit 1918-21. De skipper van het vaartuig, de heer Prion, wordt prompt gemobiliseerd en krijgt de graad van kapitein.
14mei.jpg
2e Smaldeel/Marinekorps (Z.8 Theo Nathalie, Z.25 De Ruyter, H.75 Gods Genade, Graaf Visart, Baron de Maere, Aloha, ss Sigurd Faulbaums)
In Zeebrugge neemt een detachement van het 2de smaldeel het vrachtschip s/s Sigurd Faulbaums in beslag. Dit vrachtschip is regegistreerd in Riga in Letland, en is eigendom van een Duitse rederij. Het schip lag door een dispuut al sinds eind 1939 in de haven van Zeebrugge. De bemanning had tijdens de harde winter van 1939-40 verschillende onderdelen verkocht om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien, en de aandrijving van het schip was niet langer bedrijfsvaardig. Aan boord bevindt zich zo'n 1.000 ton lood dat de Belgen maar al te graag willen recupereren.

3e Smaldeel/Marinekorps (Police de la Rade III, Brabo1, Brabo2, Brabo3, Tolwacht, Restless, La Prairie)
Tijdens de nacht van 14 op 15 mei stuurt het 3de smaldeel enkele vaaruigen uit om de kust van Zuid-Beveland via de Schelde te gaan verkennen. Brabo 1 en Tolwacht vertrekken. De Fransen die de zuidoever van de Schelde bezetten worden ingelicht over de missie om de veiligheid van de beide schepen te waarborgen. Er wordt niks verdacht gezien, maar bij terugkeer worden Brabo 1 en Tolwacht beschoten door de Fransen vanuit het Fort Frederik te Berendrecht. Het detachement aldaar had geen bericht van de Belgische opdracht ontvangen en dacht dat het om Duitsers ging. Twee matrozen raken gewond.

De Restless moest ook deelnemen aan deze verkenning, maar loopt vast op de Saaftinge zandbank en moet hoog tij afwachten. De Duitsers beschieten het vaartuig tijdens het lange wachten met een PAK 37mm. De Restless raakt weer los, maar wordt nabij Doel zwaar beschadigd door de Luftwaffe en moet worden vervangen door de La Prairie. De Restless wordt naar de scheepswerven van Hoboken afgesleept om hersteld te worden.
15mei.jpg
3e Smaldeel/Marinekorps (Police de la Rade III, Brabo1, Brabo2, Brabo3, Tolwacht, Restless, La Prairie)
Het Belgisch opperbevel beveelt het landleger van de Vesterkte Positie Antwerpen zich terug te plooien en het 3de smaldeel verleent assistentie bij de terugtocht doorheen de haven en vernietigt ook enkele achtergelaten vaartuigen die de Duitsers wel eens zouden kunnen gebruiken om de Schelde over te steken.
16mei.jpg
2e Smaldeel/Marinekorps (Z.8 Theo Nathalie, Z.25 De Ruyter, H.75 Gods Genade, Graaf Visart, Baron de Maere, Aloha, ss Sigurd Faulbaums)
Het 2de smaldeel voert nog maar eens een reddingsopdracht uit en redt de bemanning van een Grieks schip van de verdrinkingsdood.
17mei.jpg
Marinekorps_Turqoise.jpg
De m/s Turqoise van de John Cockerill Line hier op foto uit 1934 in de Antwerpse haven.
1e Smaldeel/Marinekorps (A4, A5, A6, C4, O.140 Jeanine Georgette, O.317 Maurice Roger, O.348 Jan Van Maerlant, R1, R2, Prince Charles)
Tijdens de avond verlaten de A4, A5 en A6 Oostende om koers te zetten naar Duinkerke om daar gedemagnetiseerd te worden.

Tijdens de reis zullen de drie marinevaartuigen de vrachtschepen m/s Améthyste en m/s Turqoise van de rederij John Cokerill Line escorteren. Duinkerke wordt regelmatig gebombardeerd maar de schepen lopen geen schade op. De A4, A5 en A6 lopen de haven binnen, terwijl de Améthyste en Turqoise richting Dieppe koers zetten.

De overige vaartuigen van het smaldeel blijven te Oostende.
18mei.jpg
3e Smaldeel/Marinekorps (Brabo1, Brabo2, Brabo3, Tolwacht, Restless, La Prairie)
Het 3de smaldeel verlaat Antwerpen en vertrekt via de binnenwateren richting Belgische Kust. Het moet de Police de la Rade III achterlaten omdat haar diepgang te groot is voor de tocht langs de kanalen.
19mei.jpg
Marinekorps_2.JPG
Het motorjacht Aloha was zoals talrijke andere vaartuigen van het Marinekorps een opgevorderd schip.
1e Smaldeel/Marinekorps (A4, A5, A6, C4, O.140 Jeanine Georgette, O.317 Maurice Roger, O.348 Jan Van Maerlant, R1, R2, Prince Charles)
De A4, A5 en A6 keren terug van Duinkerke en meren opnieuw aan te Oostende.

Omstreeks 18u30 ontvangt OLt Van Vaerenbergh, commandant van de patrouilleboot A4, de opdracht om verschillende brandkoffers en linnen zakken met de tegoeden van enkele Vlaamse filialen van de Nationale Bank in te laden. Het zou gaan om een totaal bedrag van 250 miljoen Belgische frank in goud en bankbiljetten. De fondsen moeten in veiligheid gebracht worden naar Frankrijk en Dieppe wordt als bestemming opgegeven.

Luitenant baron Anciaux, vertegenwoordiger van de Nationale Bank scheept in om deze ietwat bijzondere lading te begeleiden. Na contactname met de Britse Admiralteit en de Franse Maritieme overheden verlaat het schip de haven van Oostende omstreeks 20u55. Het vaartuig wordt begeleid door de loodsboot P16, met aan boord een honderdtal vluchtelingen. De beide schepen zetten initieel koers naar Dieppe.

2e Smaldeel/Marinekorps (Z.8 Theo Nathalie, Z.25 De Ruyter, H.75 Gods Genade, Graaf Visart, Baron de Maere, Aloha, ss Sigurd Faulbaums)
Tijdens de nacht van 19 op 20 mei loopt de Aloha op een mijn even buiten Middelkerke en vergaat met de ganse bemanning. Volgens een andere bron zou het vaartuig ten prooi gevallen zijn van een Duitse luchtaanval.

3e Smaldeel/Marinekorps (Brabo1, Brabo2, Brabo3, Tolwacht, La Prairie)
Het 3de smaldeel bereikt even na middernacht Burcht en vaart vervolgens verder via Temse, Gent en Brugge richting Oostende.
20mei.jpg
Staf/Marinekorps
Tijdens de nacht van 19 op 20 mei krijgen de Belgen te horen dat de Britse marine de havens van Oostende en Zeebrugge wil blokkeren om ze aan de Duitsers te ontzeggen en dat het Marinekorps beide havens moet verlaten. Later op de nacht wordt de operatie uitgesteld voor 24 uur. De Franse marine neemt de bewaking van de redes van de Vlaamse kusthavens over van ons Marinekorps. De Belgische vaartuigen blijven zonder opdracht aan de kade. Majoor Decarpenterie krijgt van de commandant van de Maritieme Basis opdracht om de evacuatie van de vloot voor te bereiden vanaf het bevel daartoe gegeven wordt.

1e Smaldeel/Marinekorps (A5, A6, C4, O.140 Jeanine Georgette, O.317 Maurice Roger, O.348 Jan Van Maerlant, R1, R2, Prince Charles)
Het gros van het smaldeel blijft te Oostende.

Flottielje OLt Van Vaerenbergh (A4, P16)
Ter hoogte van Nieuwpoort is de OLt Van Vaerenbergh getuige van hevige luchtbombardementen op Duinkerke. Dit tezamen met de dreiging van drijvende mijnen doet hem beslissen de ruime zee te kiezen richting Engeland. om 04u30 gaat de A4 ten anker in de monding van de Thames op ongeveer twee zeemijlen ten zuidwesten van het Britse lichtschip de North-Goodwin. Om 06u00 komt een Brits officier van de Admiraliteit aan boord. OLt Van Vaerenbergh legt het doel van zijn reis uit en vraagt instructies. Die komen uiteindelijk pas om 20u30 en de schepen krijgen opdracht om door te varen naar Folkstone waar ze om 22u30 toekomen.

3e Smaldeel/Marinekorps (Brabo1, Brabo2, Brabo3, Tolwacht, Restless, La Prairie)
Het 3de smaldeel komt aan te Oostende en vervoegt er het Marinekorps.
21mei.jpg
Staf/Marinekorps
De Britten besluiten de vernieling van de havens van Oostende en Zeebrugge met nog een dag uit te stellen.

1e Smaldeel/Marinekorps (A5, A6, C4, O.140 Jeanine Georgette, O.317 Maurice Roger, O.348 Jan Van Maerlant, R1, R2, Prince Charles)
Het gros van het smaldeel blijft te Oostende.

Flottielje OLt Van Vaerenbergh (A4, P16)
Nog steeds te Folkstone krijgen de A4 en P16 om 09u45 opdracht verder te varen naar Darmouth in overeenstemming met Britse richtlijnen die alle geallieerde schepen die van het continent komen naar deze haven moeten doorgestuurd worden. Nadat de P16 de vluchtelingen heeft afgezet in Folkstone zetten beide schepen om 17u50 koers naar Dartmouth.
22mei.jpg
Staf/Marinekorps
Ook op 22 mei wordt voor een derde dag op rij de blokkade van Oostende en Zeebrugge uitgesteld. Het Marinekorps krijgt van de commandant van de Maritieme Basis het bevel zo snel mogelijk het land te verlaten en naar Frankrijk te trekken. De eerste aanloophaven wordt Dieppe. De bestemming wordt even later gewijzigd tot Le Havre. De Britse Admiraliteit verplicht de Belgen echter het kanaal over te steken en wil de de kleine vloot eerst naar Ramsgate en vervolgens naar Dartmouth aan de Britse zuidkust doorsturen.

1e Smaldeel/Marinekorps (A5, A6, C4, O.140 Jeanine Georgette, O.317 Maurice Roger, O.348 Jan Van Maerlant, R1, R2, Prince Charles)
Bij dageraad vertrekt Cdt Van Strydonck in een auto naar Boulogne op een geheime missie voor het opperbevel. De O.140 en O.317 onder bevel van Luitenant Evrard vertrekken even later eveneens naar Boulogne via de kustwateren. Het rendez-vous wordt daarna gewijzigd tot Fécamp. De gekregen opdracht had betrekking tot de evacuatie van de Eerste Minister Pierlot, de ministers Spaak en Van der Poorten alsook de Luitenant-generaal Denis, minister van Landsverdediging. Gezien de Duitsers reeds de Atlantische kust bereikt hadden en bijgevolg de weg naar Parijs, waar de rest van de regering zich bevond, was afgesloten konden ze enkel nog aan gevangenschap ontsnappen via Engeland. Het valt niet uit te sluiten of de opdracht ook niet kaderde in de voorbereidingen om de koning uit het land te krijgen.

De rest van het Oostendse smaldeel maakt zich klaar om ons land te verlaten en wordt samengevoegd tot één formatie met het 3e smaldeel.

Flottielje OLt Van Vaerenbergh (A4, P16)
Om 18u25 komt OLt Van Vaerenbergh toe in Dartmouth. Opnieuw komt een officier van de Admiraliteit aan boord die wordt ingelicht over de opdracht van OLt Van Vaerenbergh. Wanneer Lt Anciaux gewag maakt van het feit dat de lading eventueel ook in Groot-Brittannië kan worden afgezet, gaat OLt Van Vaerenbergh aan land en telefoneert hij naar de Belgische ambassade voor verdere instructies. Gezien het late uur wordt hij gevraagd om de volgende ochtend opnieuw contact op te nemen met de ambassade.

2e Smaldeel/Marinekorps (Z.8 Theo Nathalie, Z.25 De Ruyter, H.75 Gods Genade, Graaf Visart, Baron de Maere, ss Sigurd Faulbaums)
Het 2de smaldeel, onder bevel van Luitenant Seron staat op het punt te vertrekken uit Zeebrugge. De s/s Sigurd Faulbaums wordt op sleeptouw genomen worden door de Graaf Visart en de Baron de Maere. Het convooi vaart vervolgens uit. De gezagvoerder op Z.8 is op dat ogenblik Meester Max Lauwereins. De Z.25 staat onder het commando van Meester Verburgh, terwijl de bemanning H.75 aangevoerd wordt door Meester Miel Denis.

Aan boord van het visservaartuig de H.75 bevinden zich Luitenant-generaal Poulard, commandant van de 2de Militaire Circonscriptie en zijn staf. Pouleur en zijn officieren hebben na samenspraak besloten om het Belgische leger in Frankrijk trachten te vervoegen. De afvaart vindt plaats bij laagtij en na het vallen van de duisternis. De H.75 loopt vast op een zandbank in de havengeul en dient te worden losgetrokken alvorens de tocht kan aanvangen. De flottielje zet koers naar Oostende.

3e Smaldeel/Marinekorps (Brabo1, Brabo2, Brabo3, Tolwacht, Restless, La Prairie, President John P. Best, Valentin Letzer)
In Oostende wordt de rest van het 1ste Smaldeel bij het 3de gevoegd tot één enkele formatie onder bevel van Kapitein-commandant Delstanche. Alles wat niet kan worden meegenomen, inclusief de niet zeewaardige rivierboten, worden vernietigd. De Brabo1, Brabo2, Brabo3, de Tolwacht en de jachten La Prairie en Restless worden tot zinken gebracht in het Kanaal Brugge-Oostende nabij de Oostendse haven. De overgebleven schepen van het 1ste en het 3de Smaldeel vertrekken rond 23u00 richting Engeland, samen met de sleepboten President John P. Best en Valentin Letzer.
23mei.jpg
1e en 3e Smaldeel/Marinekorps (A5, A6, O.348 Jan Van Maerlant, R1, R2)
De A6, A5, O.348, R1 en R2 uit Oostende steken het kanaal over en maken aan het eind van de dag rendez-vous met de schepen uit Zeebrugge op de rede van de Downs aan de noordoostkust van het graafschap Kent.

Flottielje Lt Evrard (O.140 Jeanine Grogette, O.317 Maurice Roger)
De O.140 en O.317 zijn inmiddels aangekomen te Fécamp. Onder bevel van Cdt Van Strydonck worden verschillende missies uitgevoerd ten behoeve van de Franse en Belgische regeringen.

Flottielje OLt Van Vaerenbergh (A4, P16)
OLt Van Vaerenbergh, nog steeds in Dartmouth, slaagt erin om rond 09u30 in contact te treden met de Belgische ambassade die hem instructies geven verder te varen naar Plymouth waar de nodige maatregelen zullen genomen worden om de lading in ontvangst te nemen. De A4 en de P16 vertrekken richting Plymouth omstreeks 14u30.

2e Smaldeel/Marinekorps (Z.8 Theo Nathalie, Z.25 De Ruyter, H.75 Gods Genade, Graaf Visart, Baron de Maere, ss Sigurd Faulbaums)
Aan boord van het vrachtschip s/s Sigurd Faulbaums vindt kort na het middaguur een gewelde explosie plaats. Het schip maakt water en vergaat. De bemanning wordt gered door de beide slepers. De Belgen zijn er van overtuigd dat het vaartuig op een zeemijn gelopen is, maar later zal blijken dat de Duitse onderzeeboot U-9 het konvooi torpedeerde.

Luitenant Seron laat koers zetten naar de overkant van het kanaal. Het Belgische flottielje gaat aan het eind van de dag voor anker in de Downs. De vaartuigen worden door de Britten bevoorraad, maar niemand gaat aan land.
24mei.jpg
Staf/Marinekorps (A5, A6, O.348 Jan Van Maerlant, R1, R2, Z.8 Theo Nathalie, Z.25 De Ruyter, H.75 Gods Genade, Graaf Visart, Baron de Maere, President John P. Best, Valentin Letzer)
Kort na de middag worden de ankers gelicht en zetten de nu samengevoegde 1e, 2e en 3e smaldelen zich in beweging richting Dover. De motor van de H.75 heeft het ondertussen begeven en het vissersvaartuig wordt nu op sleeptouw genomen door de Z.8. Te Dover worden de schepen onderschept door een destroyer van de Royal Navy die de Belgen terugstuurt naar Margate. Zo belandt het flottielje opnieuw op de rede van de Downs voor een tweede overnachting.

Flottielje Van Vaerenbergh (A4, P16)
De A4 meert aan in Plymouth om 19u45 waar onmiddellijk begonnen wordt met het ontladen van de vracht. Het duurt tot 21u15 vooraleer alles van boord is. Lt Anciaux verlaat eveneens het schip en vergezelt de lading naar een ongekende bestemming. OLt Van Vaerenbergh krijgt bevel terug te keren naar Dartmouth.
25mei.jpg
Staf/Marinekorps (A5, A6, O.348 Jan Van Maerlant, R1, R2, Z.8 Theo Nathalie, Z.25 De Ruyter, H.75 Gods Genade, Graaf Visart, Baron de Maere, President John P. Best, Valentin Letzer)
Na heel wat discussie met de Britten, krijgt de vloot van het Marinekorps de toestemming om door te varen naar Dartmouth. Het gerucht loopt dat van daar uit de Ierse Zee zal opgevaren worden. Luitenant-generaal Pouleur krijgt er genoeg van en dringt aan om de oorspronkelijke opdracht van de staf om het Ministerie van Landsvedediging in Frankrijk te vervoegen alsnog uit te voeren. De vloot splitst zich in twee en terwijl de meeste vaartuigen de reis naar het westen aanvatten, stappen Pouleur en zijn officieren over op de A6 van Luitenant Massart. De A6 zal dit detachement te Caen gaan afzetten. Tijdens de nacht van 25 op 26 mei 1940 komt de A6 met Luitenant-generaal Poulard en zijn staf aan ter hoogte van Cap d'Antifer om vervolgens naar Ouistreham door te varen.

Het gros van de Belgische marine is inmiddels op weg naar Dartmouth waar ze later op de dag aankomen. Majoor Decarpenterie wil zijn schepen naar Frankrijk laten terugvaren, maar krijgt geen toestemming van de Britse Admiraliteit om de rede van Dartmouth te verlaten. Decarpenterie heeft inmiddels het Versterkings- en Instructiesmaldeel alsook het licht materieel van het Marinekorps aan land gebracht. De majoor kan echten geen geschikte kantonnementen bekomen voor zijn manschappen en stuurt het smaldeel dan maar met Britse toestemming naar de marinebasis te Plymouth. Tot zijn grote verbijstering moet Decarpenterie vernemen dat de Belgische matrozen vanuit Plymouth naar het opvangcentrum voor Belgische militairen in Tenby in Wales gestuurd worden. De ongeveer zeventig manschappen van het Versterkings- en Instructiesmaldeel vervoegen de Belgische Strijdkrachten in het Verenigd Koninkrijk en worden soldaten bij onze landstrijdkrachten.
26mei.jpg
Staf/Marinekorps
Terwijl ons Marinekorps te Dartmouth haar lot afwacht en nog steeds op toestemming hoopt om naar Frankrijk verder te varen, wordt een beperkt aantal schepen door de Britten opgetrommeld om opnieuw naar Dover af te varen en er deel te nemen aan Operation Dynamo, de evacuatie van Franse en Britse troepen uit Duinkerke.

De A6 heeft inmiddels Ouistreham bereikt en gaat voor anker in de monding van de Orne om verdere bevelen voor Luitenant-generaal Pouleur af te wachten. Rond 10u00 wordt besloten om de Kapitein-commandanten Cox en Freys van de staf van de 2de Militaire Circonscriptie met eens sloep aan land te brengen om in het dorp trachten te telefoneren naar de Franse of Belgische militaire overheden. De beide officieren keren enkele uren later terug met een opdracht van de Franse marine in Cherbourg om door te varen tot in de haven van Caen. Het schip legt aan in de stad rond 14u00.
27mei.jpg
Staf/Marinekorps
De A4 en P16 van het 1e Smaldeel, die na einde opdracht vertrokken uit Plymouth, komen nu ook aan de Dartmouth.
28mei.jpg
Staf/Marinekorps
Het kleine flottielje onder bevel van Cdt Van Strydonck dat zich nog in Frankrijk bevindt, krijgt aanvankelijk de opdracht zich naar Le Havre te verplaatsen, maar wordt na het nieuws van de capitulatie het kanaal overgestuurd om de andere Belgen te vervoegen. Hij heeft uiteindelijk niet de vier ministers naar Engeland overgebracht, zij werden op 26 mei door de Britten geëvacueerd en zoals bekend heeft de koning geweigerd België te verlaten.
29 mei
Staf/Marinekorps
Heel wat vissersboten zijn naar Dover in Engeland gevlucht en worden in de nacht van 29 op 30 mei onder Brits commando geplaatst. De Britse regering heeft de intentie ze in te zetten voor de evacuatie van Britse militairen uit het vaste land. De voorwaarden zijn echter dat ze moeten opereren onder bevel van een geallieerd commando, dat ze moeten weten dat de opdracht gevaarlijk is en dat ze enkel kunnen deelnemen op vrijwillige basis. Het Marinekorps krijgt de opdracht konvooien te maken en de vissersboten te encadreren. De A4 krijgt al op 29 mei al het bevel zich naar De Panne te begeven om er te assisteren bij de evacuatie van de geallieerden maar wordt teruggestuurd door een Britse torpedojager.

Op 30 mei vertrekken de A5, de Z.25 en de P16 omstreeks 23u50 naar Duinkerke. De O.317, de Z.8 en de H.75 vertrekken twee uur later. Uiteindelijk zal een tiental vissersvaartuigen zich aanmelden om vanuit de haven van Dover deel te nemen aan Operation Dynamo teneinde de Britten uit Duinkerke te evacueren. De O.92 wordt zonder bemanning afgestaan aan het Marinekorps die het schip bemand en naar Frankrijk stuurt. Wanneer de A5, de Z.25 en de H.75 in Dover toekomen worden ze opgewacht door een Frans schip en vertrekken ze rond de middag naar Duinkerke. Om 02u15 nemen ze Franse militairen aan boord. Op een half uur tijd neemt de A5 234 man aan boord, de Z.25 90 man en de H.75 meer dan 200. Bij de inscheping wordt de A5 door de Duitse luchtmacht gebombardeerd en er vallen enkele doden en gewonden bij de Franse militairen. Eens de vrije zee gekozen verloopt de overtocht zonder problemen en de geëvacueerden worden afgezet in Dover en Ramsgate. De A5 en de Z.25 keren terug naar Dartmouth maar de H.75 vertrekt opnieuw om drenkelingen op te vissen. Daarna vertrekt de H.75 samen met enkele Franse schepen naar Cherbourg echter zonder Majoor Decarpenterie hiervan in te lichten, even wordt de H.75 vermist gewaand.

De 2de juni komen de Z.8 en de O.317 leeg terug, ze werden door de Britse kustwacht ter hoogte van het eiland Wight onderschept en teruggestuurd naar Dartmouth. Ook een aantal andere vissersboten werd teruggestuurd.

Actie van de Belgische vissers
Na een interventie van de Belgische ambassade melden 77 vissersboten zich aan voor de Operation Dynamo waarbij Britse en Franse militairen zullen worden opgepikt in verschillende havens tussen Brest en De Panne. 56 van de 77 boten worden ingezet voor de rede van Duinkerke. Bij de evacuatieopdracht zijn 7 boten gezonken hoofdzakelijk door nachtelijke aanvaringen doordat de schepen in volledige black-out vaarden. Cdt Delstanche krijgt op 30 mei de opdracht om de vissersboten te encadreren met militairen. De bemanning van elke boot wordt versterkt met twee militairen van het Marinekorps en uitgerust met een luchtafweer mitrailleur. Eerst moesten ze in Dover levensmiddelen en munitie ophalen om vervolgens het kanaal over te steken in konvooien van 8 à 10 schepen onder de leiding van een officier van het Marinekorps. In Duinkerke werden de levensmiddelen en de munitie gelost en Britse of Franse militairen werden aan boot gebracht. In totaal werden door de vissersboten alleen al 4.200 geallieerde militairen naar Engeland gerepatrieerd en daarbovenop komen de 1.100 manschappen die door het Marinekorps werden opvergebracht. Alleen al uit Duinkerke evacueren de Belgen een 5.300 tal Franse en Britse militairen. Op 1 juni vertrok het eerste konvooi bestaande uit de O200, O227, O274, O322, Z21, H37, H56 en de N64. De meeste boten keerden na een drietal uur rust terug naar Frankrijk om nog meer volk over te brengen. Bij wijze van illustratie het wedervaren van de H76:

"De H76, de "Leopold Anna", brengt op 01 juni een 100 tal militairen terug uit Duinkerke. De boot vertrekt opnieuw naar Duinkerke om 21u00, loopt vast, kan zich opnieuw loswrikken, neemt 80 Britten aan boord terwijl de boot hevig gebombardeerd wordt. Onderweg krijgen ze nog een luchtaanval te verwerken maar komen heelhuids toe in Ramsgate de 02 juni om 16u00. Na een drietal uur rust vertrekken ze om 19u00 opnieuw naar Duinkerke waar ze de 3 juni omstreeks 02u30 90 man evacueren. Tijdens de inscheping worden ze nog beschoten door Duitse FLAK, ze kunnen de terugtocht aanvatten tegen 03u30 en pikken onderweg nog 26 drenkelingen op. Op drie dagen tijd vaart de H76 driemaal over en weer en slaagt erin 299 geallieerde militairen te repatriëren.
juni
Marinekorps_HMS_Kernot.jpg
In 1942 wordt de P6 opnieuw in dienst geplaatst als HMS Kernot. Minister Camille Gutt bij de officiële ceremonie.
Staf/Marinekorps
Op 13 juni krijgen de Belgen eindelijk de toestemming om Dartmouth te verlaten. De schepen zetten onmiddellijk koers naar Lorient. De vaartuigen stellen zich gedeeltelijk onder bevel van de 5ème Groupe de Dragage van de Franse marine en voeren beperkte opdrachten uit langsheen de Franse kust. Ze worden daarbij regelmatig onder vuur genomen door de Luftwaffe en moeten tevens worstelen met een voortdurend tekort aan proviand en brandstof.

Lorient wordt opgegeven op 16 juni en de vaartuigen worden verder langs de Franse Atlantische kust gestuurd. De vloot bereikt op 24 juni het haventje van Saint-Jean-de-Luz. Na de Franse capitulatie van 22 juni wordt een deel van de militairen op 26 juni gevangen genomen, terwijl een ander deel zich in Portugal en Spanje laat interneren. Van dit deel bevindt de grootste groep zich in het Campo de Concentración van Miranda de Ebro in de provincie Burgos. Deze militairen zullen in de loop van 1941 door bemiddeling van de Duitse bezetter weer naar huis gebracht.

Alleen het loodsvaartuig P16 kan Groot-Brittannië bereiken en zal later dienst doen als HMS Kernot.

In 1941 wordt de Belgische sectie van de Royal Navy opgericht met personeel van onze koopvaardij en vrijwilligers die nog geen dienst op zee verricht hebben. Het Marinekorps speelt geen verdere rol bij de uitbouw van onze nieuwe zeestrijdkrachten,

Register van Gesneuvelden



BENTHEIN

Albert, W.M.

Mat
Mil
31

08/05/1911

Oostende

21/05

Op zee

Motorjacht "Aloha"


BEUDEKER

Jacob

?



6/06/1882

Antwerpen

21/06

Op zee




BOSSIER

Frans, G.

Mat
Mil
38

30/10/1918

Blankenberge

19/05

Op zee

Motorjacht "Aloha"


BRYS

Victor, L.

Mat
Mil
28

15/07/1908

Oostende

22/05

Op zee

Motorjacht "Aloha"


BURDOT

Isidore, J.M.

Mat
Mil
29

03/10/1907

Amay

19/05

Op zee

Motorjacht "Aloha"


CLAES

Edmond

?



18/02/1903

Wondelgem

21/06

Op zee




CLOTTENS

Antoon

?



5/10/1890

Antwerpen

21/06

Op zee




JEHIN

Albert, G.M.

Mat
Mil
35

16/02/1915

Lambermont

22/06

Marck (F)

Motorjacht "Aloha"


LEMPEREUR

Alfred, H.

1MR



27/11/1901

Grivegnée

19/05

Noordzee

Motorjacht "Aloha"


NOYDENS

Ludovic, C.

Mat
Mil
23

06/03/1903

Antwerpen

27/05

Westende

Sleepboot "Antwerpen". Inslag bom


PRION

André, C.

Kapt



26/04/1903

Huy

19/05

Middelkerke

Motorjacht "Aloha"


SEEGER

Marcel, H.G.

2MR



14/03/1907

Elsene

19/05

Op zee

Motorjacht "Aloha"


VAN DEN BON

Morris, G.

KWM
Mil
35

12/08/1915

Twickenham (GB)

19/05

Op zee

Motorjacht "Aloha"


VANGRINDERBEEK

François, P.

2MR
Mil
25

05/09/1905

Laken

28/05

Op zee

Vermist


VERBRUGH

Léon

?



09/09/1901

Vlissingen (NL)

29/11

Bilbao (SP)

Overleden in militair hospitaal. Scheldeloods. Onderofficier


VERCAMMEN

Albert

Mat
Mil
34

31/01/1915

Luton (GB)

19/05

Noordzee

Motorjacht "Aloha"


VERLINDEN

Jan, L.A.

2MR
Mil
33

30/04/1913

Mechelen

21/05

Oostende

Motorjacht "Aloha"
Bovenstaande lijst werd opgemaakt aan de hand van het bestand der gesneuvelden van de Achttiendaagse Veldtocht van het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie, aangevuld met zorgvuldig getoetste gegevens uit personeelsdossiers van de Sectie Administratieve Expertise - Ondersectie Notariaat van Defensie, het steekkaartenbestand van het IV-NIOOO en enkele overlijdensakten op bel-memorial.org. Meer informatie over het bestand der gesneuvelden vindt U op de pagina Aanpak en Achtergrond. Geverifieerde aanvullingen en correcties bij deze lijst zijn van harte welkom op 18daagseveldtocht@gmail.com

Bibliografie en Bronnen

1.
Anrys, H., 1985, Le Corps de Marine au Feu, Neptunus: april 1985, pp. 27-34
2.
L'armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994
3.
Wrecksite. 2002. SS Sigurd Faulbaums [+1940]. [ONLINE] Available at: http://www.wrecksite.eu/wreck.aspx?13. [Accessed 24 November 14].
4.
De Vrienden van de sectie Marine van het Koninklijk Museum. 2002. Sectie Marine. [ONLINE] Available at: http://www.marine-mra-klm.be. [Accessed 24 November 14].
5.
Officiële lijst der Zeeschepen en der Belgische Visschersvaartuigen en hunne Seinletters, uitgave 1939
6.
Het Visscherijblad, diverse nummers uit de jaargangen 1939-1940