Rekruteringscentra van het Belgisch Leger (RCBL)

Centres de Recrutement de l'Armée Belge (CRAB)

Overzicht eind mei 1940

Type
Rekruteringsreserve

Ontdubbeld van
n.v.t.

Onderdeel van
n.v.t.

Bevelhebber
Luitenant-generaal ridder Charles ("Carlos") de Selliers de Moranville
Standplaats
Toulouse

Samenstelling
Staf


XV CRAB (Kolonel baron Gaston de Trannoy)
1ste Sector (Kol E. Sieben)
2de Sector (Kol E. Lecorbisier)
3de Sector (Kol P. Van Welsenaers)
4de Sector (Maj A. Schrauben)
5de Sector (LtKol A. Thonet)

XVI CRAB (Luitenant-generaal Jules Briquet)


XVII CRAB (Kolonel Emile Demart)
12de Compagnie (Kapt Houbion)

Intendancedienst (Majoor E. Vandebunerie)

18-Daagse Veldtocht


Ministerie van Binnenlandse Zaken en Ministerie van Volksgezondheid
De notie Rekruteringsreserve van het Belgisch Leger (oftewel CRAB) is ontstaan ten gevolge van ervaringen opgedaan tijdens de Eerste Wereldoorlog waarbij een groot aantal jongeren die de leeftijd hadden om onder de wapens geroepen te worden achterbleven in bezet België. Zij werden uiteindelijk gedeporteerd naar Duitsland om er ingezet te worden als dwangarbeider. Om een herhaling van dit gebeuren te vermijden werd de rekruteringsreserve ingeschreven in de militiewet van 1923. Het is de Minister van Binnenlandse Zaken die de beslissing moet nemen om over te gaan tot het oproepen van de rekruteringsreserve, de Minister van Defensie moet de oproeping organiseren. Twee opvangcentra werden voorbereid, één te Eeklo voor de opvang van de jongeren uit de gemeentes ten noorden van het Albertkanaal en één te Binche voor de opvang van de jongeren uit de gemeentes ten oosten van de Maas.
10mei.jpg
CRAB_lesoir.jpgMinisterie van Volksgezondheid
Op 10 mei 1940 wordt de rekruteringsreserve door het Ministerie van Binnenlandse Zaken gemobiliseerd om een pool aan bijkomende rekruten te vormen voor het Belgisch Leger. Deze jonge mannen die tot dan toe nog niet bij het leger hadden gediend zullen worden opgevangen in verschillende opvangcentra (CRRR). De organisatie van deze opvangcentra lag bij het Ministerie van Volksgezondheid en de verschillende gemeentelijke overheden, het Ministerie van Defensie stond in voor logistieke steun. Die zelfde dag nog wordt een oproep gelanceerd in Luik, Namen, Luxemburg en Limburg aan alle jonge mannen van 16-35 jaar om een rekruteringscentrum te vervoegen. Onder meer te Binche, Erquelines, Quiévrain, Eeklo en Ertvelde worden de eerste rekruten voor de CRAB verzameld. Met een capaciteit van 35.000 rekruten is Eeklo het grootse centrum, gevolgd door Binche dat zo'n 20.000 manschappen kan opvangen.
11mei.jpg
Ministerie van Volksgezondheid
De oproep wordt al snel uitgebreid naar het ganse grondgebied. Via de pers worden voortdurend oproepingsbevelen verspreid en de reeds geopende opvangcentra lopen vol. Nieuwe opvangcentra worden door het Ministerie van Volksgezondheid geopend in Ieper en Roeselare.
12mei.jpg
CRAB_vertrekscouts.jpg
Evacuatie naar Frankrijk van de CRAB uit Schaarbeek (foto: Beeldbank Mechelen).
Ministerie van Volksgezondheid
Op 12 mei 1940 beveelt de Minister van Binnenlandse Zaken de jongeren om naar Vlaanderen trekken. Vanuit gans België vervoegen nu duizenden jonge mannen de CRAB. De meesten reisden per fiets of te voet, individueel of in kleine groepjes. De situatie in de opvangcentra loopt zodanig uit de hand dat Minister van Volksgezondheid Henri Jaspar zich tijdens de avond van 12 mei richt tot de Minister van Landsverdediging om tijdelijk orde op zaken te stellen. Luitenant-generaal Pouleur, commandant van 2de Militaire Circonscriptie, wordt door de Minister van Landsverdediging belast met de inrichting van opvangcentra en met de bevoorrading van de jongeren. De opdracht wordt verder gedelegeerd naar het Provinciecommando van West-Vlaanderen waar prompt wordt gereageerd. Op bevel van Generaal-majoor Glorie, Provinciecommandant van West-Vlaanderen, worden vier nieuwe verzamelcentra ingericht om de rekruten voor de CRAB tijdelijk te hergroeperen. Het 3de Territoriaal Intendancekorps van Luik wordt naar Roeselare gestuurd om de logistieke steun te verlenen. In volgende steden zullen de respectievelijke Plaatscommandanten opvangcentra oprichten:
  • Iste Opvancentrum van de Rekruteringsreserve - Ieper, Luitenant-kolonel Pinte
  • IIde Opvancentrum van de Rekruteringsreserve - Kortrijk-Menen, Kolonel Burck
  • IIIde Opvancentrum van de Rekruteringsreserve - Poperinge, Kolonel Vanhaubergh
  • IVde Opvancentrum van de Rekruteringsreserve - Roeselare, Luitenant-kolonel André Van Derton

Het idee wordt geopperd om de jonge mannen naar Frankrijk te evacueren vanaf de situatie het toelaat. Ze zouden eerst tewerkgesteld worden in afwachting van hun rekrutering. Concrete plannen voor de uitvoering van deze exodus worden niet gemaakt.
13mei.jpg
CRAB_ecole_moyenne_Quiévrain.JPG
In de Ecole Moyenne van Quiévrain worden de jongeren van de CRAB opgevangen tot 14 mei.
Ministerie van Volksgezondheid

De op 12 mei genomen maatregelen blijken onvoldoende op de stroom jongeren op te vangen en de lokale overheden die zich over de opvangcentra moeten ontfermen kunnen de situatie niet meer aan. Op 13 mei 1940 wordt besloten om een ganse reeks eenheden en organismen van het ministerie van landsverdediging, de territoriale troepen en opleidingscentra naar Frankrijk te laten vertrekken. Onder diegenen die naar Frankrijk gestuurd worden een groot aantal nog niet opgeleide rekruten van de Versterkings- en Opleidingscentra. Deze jongeren waren, in tegenstelling tot de jongeren van de rekruteringsreserve, al in de rangen opgenomen als militair en vielen onder de bevoegdheid van het Ministerie van Landsverdediging

Opvangcentrum Quiévrain
In Quiévrain, een gemeente op de Frans-Belgische grens in de provincie Henegouwen, worden de jongeren opgevangen in het meisjespensionaat dat voor de gelegenheid werd opgeëist. De toestromende jongeren krijgen er een slaapplaats toegewezen in één van de vele slaapzalen. Er is van enige organisatie geen spoor, de jonge mannen zijn vrij om het pensionaat te verlaten naar eigen goeddunken, hun aanwezigheid wordt niet gecontroleerd en er worden geen appels gehouden. Velen verlaten dan ook het gebouw om een onderkomen te vinden bij een gastgezin. Eenmaal per dag wordt een karige maaltijd geserveerd (waterige bonensoep of een half brood of wat rijst). De leiding berust blijkbaar bij de directrice van de meisjesschool.
14mei.jpg
CRAB_Emile_Demart.jpg
Emile Demart, bevelhebber van de XVIIde CRAB (foto uit interbellum).
Ministerie van Volksgezondheid
Om 11u15, tijdens de laatste ministerraad in Brussel voor de hoofdstad wordt ontruimd, beslist de regering om ook de jongeren behorende tot de rekruteringsreserve naar Frankrijk te evacueren. De minister van volksgezondheid dient de exodus te organiseren. De verschillende centra starten onmiddellijk met de nodige voorbereidingen voor de evacuatie. Door het gebrek aan uitrusting en omkadering verloopt aftocht bijzonder chaotisch. Er wordt getracht om de jongeren voor 48 uur van voedsel en drank te voorzien, maar dit lukt slechts in zeer beperkte mate. Bovendien is er geen uitrusting of uniform voorzien voor de jongeren en wordt buiten het kaderpersoneel niemand als militair erkend.

In de nacht van 14 op 15 mei laat de kabinetschef van MLV, de Kolonel SBH Gilbert aan zijn ambtsgenoot van het kabinet van volksgezondheid, Dhr Pierre Thélismar weten dat alle mannen tussen 16 en 35, die deel uitmaken van de rekruteringsreserve en die zich in de regio Ieper - Roeselare bevinden, de kans krijgen om met militair transport naar het zuiden van Frankrijk gebracht te worden om er onderdak en werk te vinden; Op dat ogenblik was echter nog niets geregeld, niet in het minst met Frankrijk. De volledige volksverhuizing berust op improvisatie. De Franse stad Rouen wordt aangeduid als eerste doorgangspunt op de tocht naar het zuiden. De jongeren van de rekruteringsreserve zullen zo goed als mogelijk gehergroepeerd worden in de Tallendier kazerne in Petit-Quevilly nabij Rouen. Vervolgens zal getracht worden om iedereen naar Toulouse te brengen. Het ministerie van volksgezondheid heeft echter geen vervoersmiddelen en de meeste jongeren vertrekken per trein, fiets of zelfs opnieuw te voet. Wie geluk heeft, kan een plaatsje bemachtigen op één van de goederentreinen die vanaf 14 mei uit ons land vertrekken.

Detachement III/3AP
Een 1.200 tal jongeren wordt in Kortrijk op de trein gezet die dezelfde dag nog doorreist naar Ligne ten westen van Ath, waar de trein komt vast te zitten. Te Ligne wordt de nacht van 14 op 15 mei in de trein doorgebracht. Om 15u00 stijgt de IIIde Groep van het 3de Artilleriepark (III/3AP) in op de trein die hen in eerste instantie naar Moeskroen zal brengen. Er wordt besloten om de de jongeren vanuit Moeskroen naar Frankrijk te evacueren. De trein wordt op een zijspoor gezet en de mannen brengen de nacht van 15 op 16 mei opnieuw in de trein door tot uiteindelijk op 16 mei een tweede trein met de rest van het 4de Legerdepot (4LD) wordt aangekoppeld en het treinkonvooi om 18u00 de treinreis naar Frankrijk inzet. De reis door Frankrijk verloopt zonder hindernissen via Boulogne, Abbeville, Dieppe, Rouen, Nantes, Bordeaux, Narbonne, Toulouse, Montpelier en Nîmes tot ze op 22 mei Pont-Saint-Esprit (Gars) bereiken. De jongeren van de rekruteringsreserve worden afgezet in Toulouse, Montpelier en Nîmes.

Detachement Brusselse scouts
Ook enkele jeugdorganisaties werken mee aan het samenstellen van de rekruteringsreserve. Zo besloot bijvoorbeeld de BPBBS (Baden-Powell Belgian Boy-Scouts, de Belgische katholieke scoutsfederatie) om alle scouts naar de CRAB te evacueren. De oproep bereikte echter vooral Franstalige groepen. Slechts een 40-tal Vlaamse scouts van het VVKS (Vlaams Verbond van Katholieke Scouts) gaan mee. Op 14 mei vertrekt vanuit Schaarbeek een trein met 46 gesloten goederenwagons die ongeveer 1.300 Belgische scouts in 4 dagen naar Montpellier in Frankrijk zal brengen. Daar worden ze onderverdeeld in kleinere groepen en toegewezen aan kantonnementen.

Detachement opvangcentrum Binche
Vanuit Binche vertrekt een groep jongeren te voet richting Frankrijk. Na 150 kilometer te hebben afgelegd bereiken ze Saint-Quentin (Aisne) waar ze van de Franse gendarmerie oude fietsen krijgen. Per fiets wordt een nieuwe etappe (van 250 km) afgelegd tot Rouen waar de groep op 21 mei toekomt. Van hieruit wordt per trein verder gereisd tot Nîmes waar ze op 24 mei toekomen.

Detachement opvangcentrum Quiévrain
Om 17u00 geeft de rijkswacht de jongeren het bevel om zich naar Ieper te begeven. De jonge mannen verzamelen aan het station in afwachting van de komst van hun trein. Om 19u30 wordt het station van Quiévrain, waar een trein klaar staat voor het transport van een groep jongeren naar Ieper, hevig gebombardeerd door de Duitse luchtmacht. Bij het bombardement komen 32 jongens van de rekruteringsreserve om het leven. Onder hen vermoedelijk vijf pas gerekruteerde dienstplichtige soldaten van het Wervingsbureau Namen. Het betreft de Soldaten Dabe, Jamart, Lombet, Smal en Tallier. De overlevenden maken dan maar de tocht van Quiévrain naar Ieper per fiets of te voet.
15mei.jpg
Staf/CRRR
Het MLV schiet in gang en vaardigt de eerste orders uit om de chaotische uittocht van de rekruteringsreserve onder controle te krijgen. In de vier Centres de Receuil de la Réserve de Recrutement (CRRR) die door de Provinciecommandant van West-Vlaanderen werden opgericht te Ieper, Kortrijk, Poperinge en Roeselare worden de jonge mannen verzameld. De toestromende jongeren worden onderverdeeld in marscolonnes die worden opgedeeld in groepen en ondergroepen die elk onder leiding staan van oudere reservisten. Dit kaderpersoneel is afkomstig van de provinciestaven van Luxemburg, Luik, Namen en Limburg die naar West-Vlaanderen werden doorgestuurd na de Duitse inval.

Detachement opvangcentrum Roeselare
Ondertussen verlaat een trein met aan boord 3.000 jongeren Roeselare en zal Toulouse bereiken na een bewogen treinreis.
16mei.jpg
CRAB_caserne Tallendier.jpg
Kazerne Tallendier, een voormalige kruitfabriek in Petit-Quevilly nabij Rouen
Staf/CRRR
Luitenant-generaal Emile Janssens, voormalig commandant van de 6de Infanteriedivisie, wordt omstreeks 11u00 door de minister van defensie aangeduid als opperbevelhebber van de CRRR. Generaal Janssens krijgt zijn consignes van minister Jaspar in aanwezigheid van Kolonel SBH Gilbert. In Frankrijk moeten de jongeren getrieerd worden per beroepscategorie en vervolgens toegewezen worden aan arbeidsbureaus die de jongeren zullen doorsturen naar een arbeidsplaats in functie van de Franse behoeftes. In de namiddag reist hij af naar Brugge waar hij rond 18u30 toekomt. Kolonol SBH Blancgarin, voormalig stafchef van de 1ste Militaire Circonscriptie, wordt aan de staf van generaal Janssens toegevoegd.

Generaal Janssens neemt contact op met Luitenant-generaal Glorie en met Luitenant-generaal ridder Selliers de Moranville die werd aangeduid om enkele Centres de la Réserve de Recrutement (CRAB) op te richten in Frankrijk. Deze flinke zestiger vertrekt die zelfde dag nog naar Frankrijk met zijn beperkte staf. Doorheen de ganse streek rondom de steden Nîmes (XV CRAB), Montpellier (XVI CRAB) en Toulouse (XVII CRAB) worden kampen ingericht waar de jongeren van de CRAB zullen verblijven. Soms gaat het om kleine kantonnementen, soms om grote kampplaatsen. Het kamp met allicht de meest beruchte reputatie bevindt zich te Agde waar zo'n 4.000 jonge mannen ondergebracht worden. De CRAB worden genoemd naar het nummer van de Franse militaire regio van hun hoofdverblijfplaats.

Rond 23u00 komt generaal Janssens toe op zijn staf in Ieper waar de commandanten van de hergroeperingscentra hem op de hoogte brengen dat meerdere detachementen reeds per spoor naar Frankrijk werden doorgestuurd. Een veel toegepaste praktijk was dat de jongeren van de rekruteringsreserve instijgen in goederenwagons die dan werden aangehaakt aan voorbijkomende treinen met militairen van de Versterkings -en Opleidingscentra of van Territoriale eenheden.
17mei.jpg
Staf/CRRR
Op 17 mei wordt de Belgisch-Franse grens afgesloten voor alle spoorverkeer, enkel de spoorlijn langs de kust blijft open. Generaal Janssens begeeft zich naar Brugge waar zich het commando vervoer van het 7de Franse Leger (générale Blins, directeur des Etapes) bevindt maar zijn onderhandelingspogingen om nog meer jongeren per spoor naar Frankrijk te sturen mislukt. Er wordt dan maar besloten zoveel mogelijk jongeren per fiets en zelfs te voet naar het zuiden van Frankrijk te sturen. Terug in Ieper wordt de exodus per fiets georganiseerd. Er worden groepen van een 200 tal fietsers samengesteld die in zes etappes van 40 kilometer volgens vastgelegde reisroutes naar Rouen zullen fietsen.

Detachement I/3DTCA/CRRR in Frankrijk
Wanneer de trein van de Iste Groep Instructie van het 3DTCA, die 's morgens uit Brugge vertrok en als één van de laatste treinen op 17 mei nog de Belgisch-Franse grens kan passeren, worden enkele treinwagons met jongeren van de rekruteringsreserve aangehecht. Wanneer het treinkonvooi op 22 mei Toulouse (Haute-Garonne) passeert worden de wagons van de rekruteringsreserve losgekoppeld.

Detachement Gilson/CRRR in Frankrijk
Een andere merkwaardige gebeurtenis is het marsdetachement van Luitenant-kolonel Gilson. Deze om gezondheidsredenen gepensioneerde officier komt terug in dienst op 15 mei en wordt toegevoegd aan het CRRR. Op 16 mei reeds kreeg hij de opdracht om een detachement van 12.000 man samen te stellen en hiermee te voet van Ieper naar Rouen te marcheren. Hij vormt vier detachementen die tijdens de nacht van 16 op 17 mei naar Kassel zullen stappen en beschikt over een tiental officieren om de jongeren te encadreren (ter vergelijking, het detachement dat LtKol Gilson naar Frankrijk dient te begeleiden heeft de omvang van een anderhalf infanterieregiment). LtKol Gilson rijdt naar Kassel met zijn stafvoertuig om er logement te regelen voor zijn groep. Iets na middernacht komen ze toe in Kassel. Op 17 mei wordt de groep rust gegund terwijl LtKol Gilson probeert om een treinstel te bemachtigen. Hij verneemt dat dit niet mogelijk is noord van Abbeville. De kolonel bekomt echter fietsen en één detachement wordt nog op 17 mei doorgestuurd naar Rouen, de rest zal de tocht te voet verderzetten.
18mei.jpg
Staf/CRRR
Generaal Janssens rijdt naar Lille om er met de Fransen reisroutes en rustpunten af te spreken om colonnes wielrijders naar het zuiden te loodsen. Intussen vertrekken nog steeds nieuwe detachementen uit Poperinge en Ieper deels per fiets, deels per trein. Waar de fietsers de grens nog kunnen overschrijden komen de treinen vast te zitten tussen Ieper, Roeselare, Poperinge en de grens.

Detachement Gilson/CRRR in Frankrijk
Op 18 mei wordt gemarcheerd richting Saint-Omer (Pas-de-Calais) waar ze tegen de avond toekomen en uitrusten voor de volgende etappe richting Royon (Pas-de-Calais).
19mei.jpg
Detachement Gilson/CRRR in Frankrijk
Het detachement Gilson brengt de nacht van 18 op 19 door te Saint-Omer en komt tegen de avond toe in Royon. Hier wordt de nacht van 19 op 20 doorgebracht.
20mei.jpg
Staf/CRRR
Om 04u00 krijgt de Staf/CRRR te horen dat er geen doorkomen meer aan is en dat de 15 treinen met jongeren van de verschillende rekruteringscentra niet meer zullen vertrekken. Generaal Janssens laat weten dat het geen zin meer heeft te blijven proberen en ziet af van de verdere verplaatsing van jongeren naar Frankrijk. De treinen worden leeggemaakt en de manschappen vertrekken te voet naar Veurne en De Panne. Op het einde van de dag geeft het MLV opdracht om alle jongeren te verzamelen in Oostende en Middelkerke in een poging per schip Engeland te bereiken. Luitenant-generaal Donnay de Casteau, voormalig Provinciecommandant van Henegouwen en huidig adjunct van generaal Janssens, reist af naar Calais om alle jongeren die vastzitten in het noorden van Frankrijk terug naar België te krijgen. Kolonel SBH Blancgarin wordt met een gelijkaardige opdracht naar Duinkerke gestuurd. Hij komt aan in Duinkerke op het moment dat in de stad de "état de défense" wordt afgekondigd. Kol SBH Blancgarin wordt ter plaatse aangesteld tot "Commandant de Place Belge et du Centre de Regroupement" en neemt zijn intrek in de Jean Bart kazerne met een beperkte staf van vier luitenanten.

Detachement Gilson/CRRR in Frankrijk
Van uit Royon wordt verder gemarcheerd tot Dompierre op zo'n 25 kilometer van Abbeville. Ondertussen blijft LtKol Gilson contact houden met de verschillende marscolonnes en regelt hij ravitaillering en logement op elke etappeplaats. Om 18u00 roept hij zijn officieren bijeen te Dompierre om de situatie te bespreken. Kapitein-commandant Breuls de Tiecken ontbreekt op het appel. Zich baserende op informatie over de nakende komst van de vijand heeft hij het initiatief genomen om niet te stoppen in Dompierre. Hij laat zijn detachement doormarcheren tot Saint-Valéry om er alsnog de Somme over te steken. Zich bewust zijnde van de ernst van de situatie beslist LtKol Gilson om de twee resterende marsdetachementen op te delen in kleine groepjes en de jongeren op eigen initiatief de Somme te laten oversteken. Om 22u00 wordt de beweging ingezet. Velen lukt het nog over de Somme te geraken maar een aantal raakt geblokkeerd en dient noodgedwongen op zijn stappen terug te keren.
21mei.jpg
62Li_overzicht_Duitse_opmars.jpg
Duitse opmars van 16 tot 20 mei
Staf/CRRR
In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken alle detachementen van de rekruteringsreserve, die nog onderweg zijn naar het zuiden maar die de Somme nog niet bereikt hebben, ingesloten door de Duitsers. De opvangcentra van kortrijk en Poperinge krijgen opdracht om de verzamelde jonge mannen door te sturen naar Oostende.

Detachement Gilson/CRRR in Frankrijk
Uiteindelijk slagen een 7.000 tal jongeren van het detachement Gilson erin om het zuiden van Frankrijk te bereiken. LtKol Gilson zelf keert met een klein groepje jongeren terug naar België en komt in Ieper aan op 22 mei.
22mei.jpg
Staf/CRRR
Generaal Janssens verplaatst zijn commandopost van Ieper naar Middelkerke. Hij geeft ook bevel om de opvangcentra van Roeselare en Popering naar Middelkerke te evacueren. Er blijven nu nog twee centra over waar de jongeren opgevangen worden, Middelkerke en Oostende.

CRAB_officieren_in_frankrijk.jpg
Officieren en onderofficieren van de CRAB in Zuid-Frankrijk.

Staf/CRAB in Frankrijk
De CRAB kennen aanvankelijk bijzonder ernstige problemen met de voedselvoorziening en sanitaire voorzieningen. Er wordt de eerste dagen vaak gewoon onder de blote hemel geslapen.

Na aankomst in het zuiden van Frankrijk krijgen deze drie CRAB hun definitieve vorm. Binnen elk centrum worden een aantal Compagnies Arbeiders opgericht die elk uit ongeveer 250 mannen bestaan en waarvan verwacht wordt dat ze in samenspraak met de Franse overheid in de oorlogsindustrie ingezet zullen worden. Generaal de Selliers neemt daarnaast het initiatief om de 16, 17 en 18 jarigen onder te brengen in een aantal Compagnies Jeugd. Met behulp van de geëvacueerde scouts zullen deze allerjongsten in groep een algemene vorming krijgen. De meeste manschappen worden echter gewoon in een algemene werfreserve ondergebracht.

Buiten de materiële ontberingen wordt het gedwongen verblijf voor de meeste jonge mannen in relatieve rust doorgebracht. Toch worden sommige jongeren naar het front gestuurd. Op 4 juni 1940 vertrekken de eerste compagnies arbeiders naar de regio rond Verdun, het frontgebied aan de Seine en later aan de Loire. Talrijke jongeren worden er gevangen genomen. Sommigen, minderjarigen incluis, zullen tot 1941 geïnterneerd blijven.

Pas eind augustus zullen de zowat 100.000 jongeren van de CRAB terugkeren naar België. Het avontuur van de CRAB zal helaas aan ongeveer 400 jonge Belgen het leven kosten. Zonder immatriculatie als militair ontvangen de leden van de CRAB geen soldij voor hun verblijf bij het Belgisch leger en zullen ze na de oorlog niet het statuut van oud-strijder kunnen aanvragen. Daartegenover staat dat hun burgerstatuut hen in augustus 1940 van de krijgsgevangenschap heeft gespaard en de jonge mannen allen direct naar huis mochten terugkeren.

Pas in 1990 stelt de Belgische regering een herinneringsmedaille in voor wie deelnam aan de exodus van de CRAB. In 1998 krijgen de overlevenden in extremis een eigen statuut vergelijkbaar met dat van de oud-strijders.
Register van Gesneuvelden
De jongeren van de CRAB hebben nooit het statuut van militair verkregen en de namen van de ongeveer 400 slachtoffers werden niet opgenomen in het bestand aangelegd door Defensie.

Bibliografie en Bronnen

1.
du Ry, J.P., 1995, Allons enfants de la Belgique: Les 16-35 ans en mai-août 1940, Editions Racines.
2.
Foto uit de beeldbank van Mechelen: Belgische scouts uit Brussel en omgeving ergens in Frankrijk tijdens de evacuatie van de CRAB van Schaarbeek
3.
L'armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994
4.
Algemene informatie [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/CRAB's [Laatst geraadpleegd op 19 november 2016]
5.
Van onze jongens geen nieuws, Pieter Serrien [Synthese On Line Beschikbaar]: https://pieterserrien.be/boeken/van-onze-jongens-geen-nieuws/wie-zijn-de-crabs/ [Laatst geraadpleegd op 19 november 2016]