19A_Gedenkplaat.jpg
Deze gedenkplaat is directe aanleiding voor mijn interesse in de militaire geschiedenis van ons land tijdens de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog.

Het monumentje werd in 1968 door het gemeentebestuur van Kessel-Lo opgehangen op de "brugberg" aan het begin van de Diestesteenweg, in de buurt van het station van Leuven. Bij het begin van de 21ste eeuw verhuisde de plaat bij de herontwikkeling van de stationsomgeving naar het nabijgelegen De Becker Remyplein.

Na jaren lang op deze plek gepasseerd te zijn, begon ik aan een bescheiden zoektocht naar het hoe en waarom van deze gedenkplaat. Van het één kwam het ander en zo ontstond uiteindelijk deze website, als resultaat van talrijke uren lees- en speurwerk in archieven, boeken en documenten.

Op deze pagina licht ik toe waar dit monument voor staat.
19A_Latil_Brugberg_10.jpg
De gedenkplaat vermeldt de namen van zeven militairen van het 19de Regiment Artillerie, die samen omkwamen tijdens de nacht van 13 op 14 mei 1940 bij de doortocht van hun eenheid te Kessel-Lo.

Het 19de Regiment Artillerie vormde de korpsartillerie van het Cavaleriekorps. Het regiment was volledig gemotoriseerd en beschikte over 48 stuks geschut. Die kanonnen werden getrokken door Latil M2TL6 vrachtwagens. Ook manschappen, materieel en munitie werden met deze voertuigen getransporteerd.

De Latil M2TL6 was een 4-tons vrachtwagen van Franse makelij met een benzinemotor met een vermogen van 68PK en een maximumsnelheid van ongeveer 50Km/h.

De voertuigen aangekocht door ons leger werden in ons land geassembleerd door de Belgische vestinging van het bedrijf aan de Havenlaan te Brussel.

De M2TL6 werd gebouwd in twee versies: een versie met gesloten opbouw voor het transport van munitie en materieel en een cabriolet-versie met open opbouw voor het vervoer van manschappen. Op deze foto staat een vrachtwagen met gesloten opbouw. Dit type betreft het voorwerp van het ongeval te Kessel-Lo.
19A_Stafkaart_Leuven.jpg
De plek van de feiten is ingekleurd op deze stafkaart uit 1932.

Doorheen het gehucht Blauwput van Kessel-Lo loopt de Diestsesteenweg die samen met de Tiensesteenweg onderaan de kaart een bijzonder belangrijke oost-west as was voor het militaire verkeer over de weg.

In de noord-zuid richting wordt de oostrand van Leuven in twee gesneden door een van de drukste spooraders van het land. Net ten zuiden van het station ligt de spoorbundel merkelijk lager dan het omliggende terrein, terwijl ten noorden van de stad de lijnen over een hoog talud lopen. Deze natuurlijke hindernis vormde in mei 1940 eveneens een onderdeel van de K.W. Stelling, zodat de spoorbrug over het begin van de Diestsesteenweg één van de slechts twee verplichte toegangspunten tot de stad vormde.

Zo vertrok op 10 mei 1940 het 18de Regiment Artillerie van uit de Leuvense Sint-Maartenskazerne via de Diestsesteenweg naar de Demer/Gete-Stelling. Een belangrijk deel van de ravitaillering van het Cavaleriekorps tijdens de gevechten op die stelling tot 13 mei zou eveneens in oostelijke richting langs de steenweg verlopen.

Met de aftocht van het veldleger van uit de Versterkte Positie Luik en het Albertkanaal kwam vanaf 11 mei ook een drukke verkeersstroom in westelijke richting op gang. Die aanhoudende doortocht van talrijke formaties zou aanhouden tot de vroege ochtend van 14 mei, wanneer de laatste eenheden van het Cavaleriekorps zich terugplooien ten westen van de K.W. Stelling.

Niet alleen het Belgische leger was actief in dit gebied. De staf Leuven vormde de scheiding tussen de Belgische en Britse legerzones. Daar waar aanvankelijk het 6de Regiment Jagers te Voet van onze 10de Infanteriedivisie de zone rond het station en het begin van de Diestsesteenweg bezette, werd dit kwartier op 12 mei overgenomen door de Britse 9th Infantry Brigade, een onderdeel van de 3rd Infantry Division.
19A_Latil_Brugberg_01.jpg
Het ongeval zou plaatsvinden op deze locatie: het begin van de Diestesteenweg die in de plaatselijke volksmond als de 'brugberg' aangeduid wordt omwille van de relatief steile helling die de steenweg er maakte.

De schoorstenen achteraan rechts behoren tot de Ateliers de la Dyle, een fabriek die staalconstructies en spoorwegmaterieel vervaardigde. Op die zelfde plek bevindt zich nu de bottelarij van AB InBev.

Over de brug lopen de sporen van de lijnen naar Brussel, Mechelen en Hasselt. Midden op de brug staat het zuidelijke seinhuis van het station.

De Britten ontplooiden het 2nd Battalion The Royal Ulster Rifles (RUR) rondom het station en de Diestsesteenweg. De inplaatsstelling startte vanaf 10u00 op 12 mei en was een drietal uur later afgelopen. De A compagnie van dit bataljon zou postvatten rondom de brugberg.

De wegbarricade van het 2nd Battalion The Royal Ulster Rifles bevond zich ongeveer ter hoogte van de groep mensen op de foto en liep dwars over de weg. Daarbij werd een kleine doorgang vrij gehouden. Die doorgang kon afgesloten worden door middel van Friese ruiters en een mijnenketting die klaar lag voor het reeds gesloten deel van de hindernis.
19A_Latil_Kessel-Lo_11.jpg
De staf en Iste en de IIIde groep van het 19de Regiment Artillerie waren op 12 mei aangekomen op de Demer/Gete-stelling om er samen met het Cavaleriekorps de aftocht van het veldleger van het Albertkanaal naar de K.W. Stelling te dekken.

De groepering vertrok tijdens de nacht van 13 op 14 mei en splitst zich in twee: de Iste groep dient via Bekkevoort en Sint-Joris-Weert via de Diestesteenweg naar Leuven te rijden om vervolgens koers te zetten naar Meise.

Tussen 02u00 en 03u00 rijdt de colonne de brugberg af. De Latil die het 2de stuk van de 1ste batterij trekt, rijdt ter hoogte van de barricade van de Britten over een anti-tankmijn. Het voertuig wordt de hoogte ingeworpen en vat onmiddellijk vuur. De munitie explodeert.

Enkele militairen schieten onmiddellijk ter hulp, waaronder adjudant Desmadryl (onderofficier-rekenplichtige van de Iste groep), wachtmeester Jozef Raymaekers (stukscommandant van het betrokken kanon) en soldaat Plytier (ambulancier bij de 1ste batterij). Hun hoofdbekommernis is het redden van de zwaargewonde Belgische militairen. De chauffeur van de dichtstbijzijnde vrachtwagen, Soldaat Bruffaerts, is ernstig gewond maar slaagt er toch in om zijn Latil in veiligheid te brengen.

Voor wachtmeester Ferdinand Grégoire en de soldaten Jean Aerts, Jozef Broos, Johannes Brugghemans, Frans Van Hoof, Frans Verbiest en André Verreyt kunnen kan helaas geen enkele hulp meer baten. Alle zeven militairen komen om.

Vier van hen behoren tot de zeskoppige bemanning van de getroffen Latil. De twee overige artilleristen van de vernielde vrachtwagen hebben meer geluk: de soldaten Felix Ickx en Henrik Rondou overleven het incident. Felix Ickx (een milicien uit Lubbeek) en Hendrik Rondou (uit de Wijnpersstraat te Leuven) dienen echter zwaargewond te worden afgevoerd en beëindigen de veldtocht te Leuven.

De colonne zit volledig geblokkeerd en wordt omgeleid via de IJzerenwegstraat en de Martelarenlaan naar de Tiensepoort. Hier is de brug over de spoorlijn wel ondermijnd door de Britten, maar nog niet opgeblazen in afwachting van de volbrenging van de terugtocht van de eigen troepen en de Belgen tot achter de K.W Stelling.

De pagina links komt uit het velddagboek van Kapitein-commandant Marchal, stafofficier bij het Cavaleriekorps. Marchal beschrijft de gebeurtenissen nauwkeurig en vermeldt tevens de betrokken militairen.

In december 1942 zal de Rijkswachtbrigade van Veltem-Beisem op last van de Dienst der Werkzaamheden van het Gedemobiliseerde Leger een onderzoek instellen naar de omstandigheden van het ongeval. Zowel Jozef Rademaekers en adjudant Desmadryl die op dat ogenblik enkele honderden meters van elkaar wonen op de Tervuursesteenweg te Heverlee en Hendrik Rondou zullen de nodige schriftelijke verklaringen afleggen.
19A_2RUR_War_Diary.jpg
Het bericht van de explosie op de brugberg werd gemeld aan de staf van de Royal Ulster Rifles. Om 07u00 werd het volgende opgetekend in het velddagboek:

"Large explosion from direction of Louvain. Report received that civilian lorry had exploded on an anti-tank mine, killing one NCO of RUR and wounding 5"

"Zware explosie uit de richting van Leuven. Rapport ontvangen over een civiele vrachtwagen die ontploft is op een anti-tankmijn, waarbij één onderofficier van [2]RUR gedood werd en vijf militairen gewond."

De Britse onderofficier die omkwam was de 25-jarige Corporal John Moore. Korporaal Moore ligt nu begraven op het stedelijk kerkhof van Leuven.
19A_Latil_Brugberg_02.jpg
Dit fragment komt uit de getuigenis van Geneesheer 1ste Kapitein Desmons, dokter bij de 3de compagnie van de IIde Groep van de Legerautogroepering.

Dokter Desmons reed mee in een konvooi van vrachtwagens en autobussen dat te Sint-Joris-Winge het voetvolk van het 3de Linieregiment was gaan ophalen voor evacuatie naar Willebroek. Het konvooi verliet Winge om 05u00 op 14 mei en reed via de Diestsesteenweg richting Leuven. De motorvoetuigen passeerden te Kessel-Lo enkele uren na het incident met het 19A en zouden rond 08u00 te Willebroek aankomen.

Demons schrijft:

"Retour via la route de Diest. Aux approches du pont de Blauwput, un cadavre -un belge-, les bras encore sur la chaussée, semble dans un dernier effort vouloir barrer le passage à l'envahisseur. Louvain a changé de physionomie depuis la vielle. La région du pont est détruite. Le passage est malaisé."

"Terugtocht via de Diestsesteenweg. Bij het binnenrijden van Blauwput [ligt] een stoffelijk overschot -een belg- dat met de armen op de baan de doortocht aan de invaller lijkt te willen ontzeggen. Leuven is van uitzicht veranderd sinds gisterenavond. De omveging van de brug is vernield. De doortocht is moeilijk"
19A_Latil_Brugberg_03.jpg
De eerste Duitsers bereiken de omgeving van het station op 14 mei.

Deze foto werd kort na de feiten genomen en toont de Latil vrachtwagen op de precieze locatie van de explosie.

De Britse wegblokkade ligt er verlaten bij en het 2nd Royal Ulster Rifles heeft zich samen met de rest van de 3rd Infantry Division teruggetrokken naar het westen.
19A_Latil_Brugberg_07.jpg
Na de geallieerde aftocht zouden de opruimingswerken snel starten. De bezetter wou immers zo snel mogelijk gebruik kunnen maken van de toegang tot de stad en bovendien moest het spoor ook hersteld worden.

De rommel werd afgevoerd met behulp van goederenwagons van de buurtspoorwegen. Hier staat zo'n geladen wagon op het tramspoor dat de brugberg op loopt.

Onder de vernielde spoorbundel is reeds een doorgang voor motorvoertuigen vrijgemaakt.
19A_Latil_Brugberg_04.jpg
De verongelukte vrachtwagen zou nog tot augustus 1940 op de brugberg blijven staan.

De wegbarricade werd nog voor het eind van de Achttiendaagse Veldtocht opgeruimd en het wrak van de Latil werd naar het begin van de helling van de Dieststesteenweg geduwd.

Op deze foto is goed te zien hoe de artillerietrekker volledig vernield werd door de explosie en helemaal uitbrandde. Ook het rubber van de banden is volledig verdwenen.
19A_Latil_Brugberg_08.jpg
Zes slachtoffers van de gevechten rond het Leuvense station werden begraven op een stuk braakliggende grond aan de overkant van de Diestesteenweg, nabij de spoorwegbrug.

De helmen duiden er op dat het hier om drie Belgische en twee Duitse militairen en één onbekend slachtoffer ging.

Het is echter niet duidelijk of het hier om de militairen van het 19de Regiment Artillerie gaat, dan wel over soldaten van het 6de Jagers te Voet dat rond het station een twintigtal slachtoffers moest incasseren.

De graven zouden enkele maanden aanwezig zijn, waarna de slachtoffers herbegraven werden.

Op deze foto is ook te zien hoe de noordelijke brugboog, waaronder een dienstweg van de NMBS liep, vrijgemaakt werd voor het verkeer van de Diestsesteenweg kwam.
19A_Latil_Kessel-Lo_12.JPG
De gesneuvelde militairen ontvingen tussen 1940 en 1946 allen postuum het kruis van ridder in de Orde van Leopold II. Dit document is de citatie van soldaat André Verreyt.
19A_Latil_Kessel-Lo_13.JPG
Dit zijn de eretekens en bijbehorend papierwerk uitgereikt aan soldaat Frans Van Hoof uit Evere. Deze voorwerpen werden me in 2014 overhandigd door een bezoeker aan deze website.